Om een stroom te meten met een TiePie engineering meetinstrument met spanningsingangen, moet de stroom omgezet worden in een spanning die gerelateerd is aan de stroom. Een manier om dit te doen is een bekende weerstand in het stroomcircuit op te nemen en daar de spanning over te meten. Deze methode heeft een aantal nadelen:
Een betere manier om een stroom te meten is door gebruik te maken van een stroomtang, omdat die deze nadelen niet heeft.
Een stroomtang maakt het mogelijk de stroom in een geleider te meten zonder dat het circuit onderbroken hoeft te worden. De stroom kan gemeten worden terwijl het meetinstrument galvanisch gescheiden blijft van het te testen circuit.
TiePie engineering biedt twee verschillende stroomtangen aan:
| Model | Bereiken | |
|---|---|---|
| Stroomtang TP-CC80 | ![]() |
20 A / 80 A omschakelbaar bereik, AC en DC |
| Stroomtang TP-CC600 | 200 A / 600 A omschakelbaar bereik, AC en DC |
Om een stroom met een stroomtang te meten, moet de stroomtang op een van de ingangen van de oscilloscoop aangesloten worden. De TiePie engineering stroomtangen hebben 4 mm banaanbussen. Sluit de rode banaanbus aan op de positieve kant van de ingang en de zwarte banaanbus op de negatieve kant.
Zet de bereikschakelaar van de OFF-positie in de stand van het gewenste bereik van de stroomtang. De power-LED gaat branden om aan te geven dat de stroomtang aan staat.
Druk, terwijl de bek van de stroomtang gesloten is, op de ZERO-knop om de stroomtang op nul te stellen. Dit zorgt er voor dat een eventuele offset die ontstaat door resterend magnetisme in de kern van de bek weggeregeld wordt. Tijdens het nulstellen mag er geen stroom door de bek van de stroomtang lopen, dus alle geleiders moeten verwijderd worden of er moet gezorgd worden dat er geen stroom door loopt.
Klem de bek om de geleider(s) waar de te meten stroom door loopt. Zorg er altijd voor dat de bek goed gesloten is.
De stroomtang wekt een spanning op die evenredig is met de stroom die gemeten wordt. De Probe-versterking-instelling van het kanaal kan gebruikt worden om de waarde van de gemeten spanning op de zetten in de waarde van de oorspronkelijke stroom.
Klik met de rechter muisknop op het gewenste ingangskanaal in het objectscherm of op de kanaalbalk. Dit toont een menu met alle beschikbare kanaalinstellingen. Om de verhouding tussen de stroom en de uitgangsspanning van de stroomtang in te voeren moet de keuze Probe-instellingen geactiveerd worden. Dit toont een ander nieuw menu met een aantal voorgedefinieerde waarden en de keuze Zelf instellen..., wat een invoerscherm geeft waarin een zelf te definiëren waarde ingevuld kan worden.
Zowel de Stroomtang TP-CC80 als de Stroomtang TP-CC600 kunnen in twee verschillende stroombereiken gebruikt worden, die elk een eigen Probe-versterking nodig hebben:
Vul de gewenste waarde uit de tabel in. De tabel bevat ook voor iedere stroomtang, voor ieder bereik een instellingenbestand in TPS-formaat met de vereiste instellingen. U kunt dit TPS-bestand downloaden en inlezen in de Multi Channel software zodat uw USB-instrument direct juist ingesteld is voor de stroomtang. Deze TPS-bestanden gaan er van uit dat de stroomtang op kanaal 1 is aangesloten.
Omdat stroom wordt gemeten, moet ook de meeteenheid van het kanaal aangepast worden. Kies uit het kanaal-instellingenmenu de optie Stel eenheid in.... Dit toont een invoerscherm waarin de eenheid ingevuld kan worden:
Vul hier een "A" in.
Wanneer gelijkstroom (DC) gemeten wordt, is het belangrijk de stroomtang op nul te zetten voor de tang om de geleiders wordt geklemd. Zorg er altijd voor dat de bek goed gesloten is als op de nulstellingsknop wordt gedrukt.
In geval van het meten van een gelijkstroom hangt de polariteit van de uitgangsspanning van de richting van de stroom door de bek van de stroomtang.
| Model | Stroomrichting1 | Uitgangsspanning |
|---|---|---|
| Stroomtang TP-CC80 | Bovenkant naar onderkant | Positief |
| Stroomtang TP-CC600 | Onderkant naar bovenkant | Positief |
1. De bovenkant van de stroomtang is de kant met de bereikschakelaar.
Wanneer meer dan een geleider in de bek van de stroomtang is geklemd, wordt de som van alle stromen in de geleiders gemeten. Omdat een stroomtang stroomrichting-gevoelig is worden stromen die een tegengestelde richting hebben afgetrokken.
Dit maakt het mogelijk lekstromen in een apparaat te detecteren. Plaats de stroomtang om alle voedingsdraden die naar een apparaat lopen, behalve om de aarde-aansluiting. Het totaal van alle stromen moet dan nul zijn. Wanneer het totaal niet nul is, moet er in het apparaat een lek naar aarde zijn.