Flanktrigger

Flankrigger kan gebruikt worden om op een opgaande flank of neergaande flank in het ingangssignaal te triggeren. Op welke flank getriggerd moet worden is in te stellen.

Om op een flank te kunnen triggeren, heeft het systeem twee instelbare niveaus, het arming-niveau en het firing-niveau. Het triggersyteem vergelijkt het ingangssignaal constant met deze twee niveaus.

Zodra het ingangssignaal het arming-niveau passeert in de vooraf ingestelde richting, staat het triggersysteem op scherp (armed). Wanneer op een opgaande flank getriggerd moet worden, moet het arming-niveau in een opwaartse richting gepasseerd worden, dus het signaal moet eerst kleiner zijn dan het arming-niveau en dan groter worden dan het arming-niveau. Wanneer op een neergaande flank getriggerd moet worden, moet het arming-niveau in een neerwaartse richting gepasseerd worden, dus het signaal moet eerst groter zijn dan het arming-niveau en dan kleiner worden dan het arming-niveau.

Wanneer het ingangssignaal het firing-niveau in de vooraf ingestelde richting passeert en het op scherp staat, is de gewenste flank gevonden, aan de triggervoorwaarde voldaan en wordt een triggersignaal opgewekt (fire). Wanneer het ingangssignaal het firing-niveau in de vooraf ingestelde richting passeert maar het systeem niet op scherp staat, gebeurt er niets en blijft het systeem het ingangssignaal controleren.

In de software wordt het firing-niveau ingesteld met het triggerniveau. Het positie van het arming-niveau wordt bepaald door het triggerniveau en de grootte van de triggerhysterese.

In de onderstaande afbeelding wordt triggeren op opgaande flank getoond. Bij triggeren op neergaande flank worden arming-niveau en firing-niveau verwisseld.

Flanktrigger