Diverse instellingen zijn beschikbaar om te bepalen hoe het systeem triggert op een signaal. De Triggerbron-instelling van het instrument bepaalt welke triggersignalen gebruikt worden om het instrument te triggeren.
De triggerbron kan ingesteld worden op een enkele triggerbron of op iedere combinatie van kanalen en overige triggerbronnen. De verschillende bronnen kunnen logisch gecombineerd worden met OR- en AND-functies. In de onderstaande afbeelding is de triggerbron ingesteld op kanaal 1.
Als geen trigger-bron is geselecteerd, is het triggersysteem uitgeschakeld en zal het instrument direct beginnen met het meten van de post-samples.
De meeste TiePie engineering instrumenten hebben naast de gewone kanalen ook een externe triggeringang, die gebruikt kan worden om een triggersignaal op aan te sluiten. Dit is meestal een digitaal (TTL) signaal. Triggerniveau en triggerysterese kunnen niet ingesteld worden, wel de flank (opgaand of neergaand) waarop het systeem moet reageren.
Sommige TiePie engineering instrumenten hebben ook een analoge externe triggeringang. Deze ingang gedraagt zich net als een gewone signaalingang, met gevoeligheid en signaalkoppeling. Voor deze triggeringang kunnen triggerniveau en triggerhysterese ingesteld worden, net als bij een gewoon kanaal.
De Handyscope HS3 is uitgerust met een Arbitrary Waveform Generator (AWG). Deze generator heeft een drietal interne triggersignalen die als triggerbron gebruikt kunnen worden:
De triggerbron van een instrument aanpassen in de Multi Channel software kan op verschillende manieren gedaan worden:
op de instrumentbalk en de gewenste waarde kiezen in het popupmenu.
van een as naar een andere as in een grafiek.
op de kanaalbalk van het gewenste kanaal.