Wanneer gelijkspanningen, zoals bijvoorbeeld batterijspanningen gemeten worden, moeten twee dingen in acht genomen
worden om correcte metingen uit te voeren.
De signaalkoppeling van een kanaal bepaalt hoe het ingangssignaal gekoppeld is aan het ingangscircuit: AC
gekoppeld of DC gekoppeld.
AC koppeling
Wanneer de ingang AC gekoppeld is, wordt het ingangssignaal capacitief gekoppeld aan het ingangscircuit.
De gelijkspanningscomponent (DC) van het signaal wordt geblokkeerd.
Deze instelling is vooral interessant wanneer een kleine wisselspanningsrimpel op een relatief grote gelijkspanning
onderzocht moet worden.
AC koppeling wordt aangegeven met een AC-symbool op de koppelingsschakelaar op de
kanaalbalk
DC koppeling
Wanneer de ingang DC gekoppeld is, wordt het ingangssignaal direct gekoppeld aan het ingangscircuit.
Alle frequentiecomponenten van het signaal worden doorgegeven aan het ingangscircuit.
DC koppeling wordt aangegeven met een DC-symbool op de koppelingsschakelaar op de
kanaalbalk
Wanneer gelijkspanningen gemeten worden, zorg er dan voor dat de signaalkoppeling op DC staat. Dit zorgt er voor dat
de gelijkspanningscomponent van het te meten signaal doorgegeven wordt aan het ingangscircuit. Wanneer AC wordt
gebruikt, wordt het gelijkspanningscomponent geblokkeerd en wordt alleen de (veel kleinere) ruis gemeten, wat een
foutief meetresultaat geeft.
In de bovenstaande meting meten beide kanalen dezelfde gelijkspanning, van een batterij. Kanaal 1 gebruikt DC
koppeling en kanaal 2 gebruikt AC koppeling.
Wanneer een meting is gestart, zal het instrument wachten tot aan de triggervoorwaarden is voldaan voordat de
postsamples gemeten worden en de meting afgerond wordt.
Als de triggervoorwaarden zodanig zijn ingesteld dat de ingangssignalen nooit aan de triggervoorwaarden zullen
voldoen, zal het instrument oneindig lang wachten.
En als het instrument geen meting verricht, worden geen signalen getoond.
Een gelijkspanning van bijvoorbeeld een batterij zal konstant dezelfde grootte hebben. Als flanktrigger is
geselecteerd, zal het triggersysteem wachten op een flank in het ingangssignaal, voordat de meting afgerond kan
worden.
Aangezien het signaal geen flanken bevat, zal oneindig lang gewacht worden.
Om te voorkomen dat het systeem oneindig lang wacht, is een trigger time
out toegevoegd aan het triggersysteem.
Als na een ingestelde tijd na het starten van de meting nog geen trigger is geweest, zal het systeem een trigger
forceren.
Er wordt dan een meting verricht en het signaal wordt getoond.
Als gelijkspanningen met weinig amplitudevariatie gemeten moeten worden, zorg er dan voor dat de trigger timeout
op een waarde ongelijk aan oneindig staat, bijvoorbeeld 0.1 sec.