Objecten maken en onderling verbinden

Object tree

De Multi Channel software heeft een modulaire structuur, met meetinstrumenten, functiegeneratoren en andere objecten die in de toepassing gemaakt worden. Naast het direct tonen van gemeten data zoals met een conventionele scoop, is het mogelijk verschillende bewerkingen uit te voeren op de gemeten data. De data kan worden gecombineerd met andere gemeten data of met door software gegenereerde data.

De objecten die kunnen worden gemaakt zijn onderverdeeld in drie groepen:

  • Bronnen: deze objecten genereren data, zoals software-generatoren. Bronnen hebben alleen een uitgang (zoals de kanalen van een instrument)
  • I/O's: Objecten die data accepteren (Input), deze data op een specifieke manier bewerken, als bijvoorbeeld optellen, vermenigvuldigen, filteren enz. en daarna de bewerkte data op de uitgang presenteren. Deze objecten hebben zowel ingang(en) als uitgang(en).
  • Ontvangers: deze objecten accepteren alleen data, zoals bijvoorbeeld een meter of een grafiek. Ontvangers hebben alleen ingangen.

Objecten kunnen gecombineerd worden en aan elkaar gekoppeld worden om meettoepassingen te maken die variëren van zeer eenvoudig tot zeer complex.

Objectscherm

Alle objecten zijn opgenomen in het objectscherm. Het objectscherm is geplaatst aan de linkerkant van het hoofdscherm. Het kan van grootte veranderd worden door de splitter-balk aan de rechterkant van het objectscherm met de muis te verslepen. Het kan verborgen en weer getoond worden door op het kleine driehoekje aan de rechter bovenkant van het objectscherm te klikken. In de programma-instellingen kan ingesteld worden of het objectscherm standaard zichtbaar is of niet.

Objecten maken

U kunt een nieuwe bron, I/O of ontvanger maken door met de rechter muisknop te klikken op een van de items in het objectscherm en het gewenste object te kiezen uit het popup-menu. In de onderstaande figuur is het "I/O's"-item geklikt met de rechter muisknop.

Ter demonstratie zullen we nu twee SoftGen-bronnen en een Optellen/Aftrekken-I/O maken. We zetten het signaaltype van de tweede SoftGen op "Blok".

Een I/O maken Zet signaaltype van de SoftGen op blok
Een I/O maken Zet signaaltype van de SoftGen op blok

Objecten verbinden

Met drag&drop kunnen de verschillende objecten in het objectscherm onderling worden verbonden. U kunt een bron op een ontvanger of een I/O-object slepen. Als de bron wordt losgelaten, verbindt hij zich met het object waar hij op is gevallen.

In het voorbeeld in de onderstaande afbeelding worden de twee SoftGens die we zojuist hebben gemaakt, gesleept op de Optellen/Aftrekken-I/O. Na het loslaten toont de Optellen/Aftrekken-I/O zijn ingangen tussen haakjes.

Connect example 1 Connect example 2

Data bekijken

De data van alle bronnen, kanalen en uitgangen van I/O's kan op verschillende manieren worden getoond. Gewoonlijk wordt de data getoond in een grafiek, maar het is ook mogelijk de data als numerieke waarden te tonen in een meter object.

Data bekijken in een grafiek

Om data te bekijken in een grafiek, moet de bron van de data vanuit het objectscherm op een grafiek worden gesleept. De positie in de grafiek waar de bron wordt losgelaten, bepaalt of de nieuwe schaal aan de linker of rechter kant van de grafiek wordt geplaatst. Als een bron wordt losgelaten in de linker helft van de grafiek, wordt de nieuwe schaal aan de linker kant geplaatst, anders rechts.

Een bron kan ook op een al bestaande schaal worden gesleept als hij dezelfde eenheid heeft als de schaal. Dit kan handig zijn om signalen die in verschillende bereiken zijn gemeten, toch op dezelfde schaal te bekijken.

Data bekijken in Yt-modus

Om data te tonen in Yt-modus moet de bron op een Yt-grafiek worden gesleept. Laten we het Optellen/Aftrekken-object dat we zojuist hebben gemaakt op een lege grafiek slepen:

Toon in Yt

Data bekijken in XY-modus

Om data te tonen in XY-modus, moeten voor elke XY-lijn twee bronnen op een XY-grafiek worden gesleept. In de onderstaande animatie worden twee software-signaalgeneratoren gebruikt. SoftGen1 bevat een sinus van 10000 Hz (standaard). SoftGen2's frequentie is veranderd naar 11000 Hz.

Eerst wordt de grafiek in XY-modus gezet door op de XY-knop te drukken op de toolbar van de grafiek. Daarna wordt SoftGen1 op de linker helft van de grafiek gesleept, zodat een nieuwe schaal wordt gemaakt aan de linkerkant van de grafiek. Aan de onderkant van de grafiek wordt nog een schaal gemaakt. Deze schaal knippert om aan te geven dat een bron nodig is. SoftGen2 wordt op deze schaal gesleept en een XY-plot van SoftGen1 tegen SoftGen2 wordt getoond.

Toon in XY

Data bekijken als numerieke waarden met een meter

Om data te bekijken in een Meter moeten we er eerst een maken. Volg dezelfde procedure als bij het maken van de andere objecten: klik met de rechter muisknop op "Ontvangers" (sinks) en kies "Meter". Sleep nu het Optellen/Aftrekken-object op de Meter. Hieronder ziet u het resultaat.

Toon in Meter

Objecten bedienen

Instellingen en acties van een individueel object zijn te bereiken door met rechts op het object in het objectscherm te klikken. Dit toont een popupmenu met alle instellingen en acties van het object.

Meer objecten kunnen tegelijkertijd geselecteerd worden in het objectscherm door de Shift-toets ingedrukt te houden en het eerste en het laatste object van de gewenste objecten aan te klikken. Alle acties die de geselecteerde objecten gemeenschappelijk hebben kunnen nu tegelijkertijd uitgevoerd worden op alle geselecteerde objecten, door met rechts op een van de objecten te klikken en de gewenste actie te kiezen uit het popupmenu.

Een andere mogelijkheid met meer geselecteerde objecten is dat ze samen opgeslagen kunnen worden in een TPO-bestand, inclusief alle onderlinge verbindingen tussen de geselecteerde objecten. Inlezen van dit TPO-bestand maakt alle opgeslagen objecten aan en herstelt de onderlinge verbindingen.

De gegevens in een object kunnen geëexporteerd worden naar schijf, in diverse gangbare bestandsformaten.