Om het mogelijk te maken (gemeten) data te gebruiken in andere applicaties, kan data van alle bronnen worden geëxporteerd naar verschillende bestandstypen. Op deze pagina kunt u lezen hoe u data kunt exporteren en vindt u informatie over de ondersteunde formaten.
Inhoud
Data van alle bronnen kan worden geëxporteerd. Dit betekent dat data van alle stand-alone bronnen, zoals de Software-generator, maar ook van uitgangen van andere objecten, zoals instrumenten en I/O's, kan worden opgeslagen.
Data van grafieken kan ook worden geëxporteerd in grafische vorm, naar afbeeldingsbestanden. Dit wordt uitgelegd op de pagina over afbeeldingen opslaan.
U kunt data van bronnen en I/O's exporteren door de gewenste objecten te selecteren in het Objectscherm en "Exporteer data..." te kiezen uit het popup menu. Zie de onderstaande figuur.
Een standaard opslagscherm zal worden getoond, uitgebreid met een gedeelte voor opties voor de verschillende bestandsformaten. In de onderstaande figuur is het scherm getoond met de opties voor het opslaan van binaire bestanden.
Onderin het scherm kan het bestandstype worden gekozen. De lijst van beschikbare bestandsformaten hangt af van de geselecteerde objecten die moeten worden opgeslagen. Sommige formaten ondersteunen bijvoorbeeld maar een tijdbasis. Als bronnen met verschillende tijdbases worden geselecteerd, zullen deze formaten niet in de lijst verschijnen.
Binaire bestanden bevatten niets anders dan de data. De bestanden bevatten dus geen informatie over sample-frequentie, bereik, etcetera. De data kan worden opgeslagen in de volgende datatypen:
|
|
Er zijn enkele beperkingen bij het exporteren van data naar dit formaat. Voor tijddomeinsignalen:
Voor frequentiedomeinsignalen (spectra):
Het binaire bestand bevat slechts kale data, geen informatie over de data wordt opgeslagen. Wanneer meetwaarden in een binair bestand worden opgeslagen, sla dan ook de instellingen op in een TPS-bestand en bewaar dat bij de BIN-bestanden. Op die manier wordt de structuur van de BIN-bestanden (aantal bronnen, datatype) bij de bestanden bewaard en kunnen ze later weer op de juiste manier ingelezen worden.
Comma Separated Values-bestanden worden door een groot aantal applicaties ondersteund. De data wordt opgeslagen in een voor mensen leesbaar ASCII-formaat dat kan worden bekeken met elke tekstverwerker. De naam van het bestandstype is een beetje misleidend: meestal worden punt-komma's (;) gebruikt in plaats van komma's (,) als kolomscheidingsteken.
De geschreven CSV-bestanden bevatten een header met informatie over het bestand en een kolom met data voor elke bron. Optioneel kan een kolom met de tijdbasis en/of een kolom met sample-nummer worden geschreven. De kolommen worden standaard gescheiden met een punt-komma (;), maar ook andere scheidingstekens kunnen worden gekozen. Standaard wordt een punt (.) gebruikt als decimaal scheidingsteken, maar een komma (,) kan ook worden gekozen.
De manier waarop de waarden in het bestand worden geschreven kan worden ingesteld. De volgende getalformaten kunnen worden gekozen:
De betekenis van de precisie en cijfers velden zijn als volgt:
| Getalformaat | Precisie | Cijfers |
|---|---|---|
| General | Aantal significante cijfers | Minimum aantal cijfers in de exponent |
| Fixed | Aantal significante cijfers | Aantal cijfers achter komma |
| Scientific | Aantal significante cijfers | Minimum aantal cijfers in de exponent |
Er zijn enkele beperkingen bij het exporteren van data naar dit formaat. Voor tijddomeinsignalen:
Voor frequentiedomeinsignalen (spectra):
Matlab .mat-bestanden kunnen data van meer bronnen bevatten en data van meer streams bevatten. In Matlab .mat-bestanden wordt alle objectdata opgeslagen in aparte structuren, elk met een eigen tijdbasis en andere informatie. Er worden drie verschillende structuren gebruikt:
Zowel tijddomein- als frequentiedomeinsignalen kunnen worden opgeslagen in Matlab .mat-bestanden. Als een spectrum wordt opgeslagen, wordt het PreSampleCount-veld niet opgeslagen en wordt het SampleFrequency-veld vervangen door het BinsPerHz-veld. De waarde van dit veld wordt uitgedrukt in Samples/Hz en is vergelijkbaar met het SampleFrequency-veld, dat een eenheid heeft van Samples/s. Beide velden kunnen worden gebruikt om de horizontale as te reconstrueren.
Informatie over het MAT-bestandsformaat kunt u vinden op de MathWorks site.
Voor elke geselecteerde bron of uitgang, wordt een src structuur in het bestand geschreven. De src-structuur bevat de volgende velden:
| Veldnaam | Betekenis |
|---|---|
| name | naam van de bron |
| DateTime | floating-point-getal dat de datum en tijd bevat: 1 correspondeert met 1-Jan-00001 |
| RangeMin | het minimum van het databereik |
| RangeMax | het maximum van het databereik |
| SampleFrequency2 | sample-frequentie van de data |
| PreSampleCount3 | het aantal presamples in het Data-array |
| StartValue | relatieve starttijd van de post-samples |
| Unit | eenheid van de data |
| Data | array dat de samples bevat |
Voor elk geselecteerd object met meer synchrone uitgangen, wordt een msrc-structuur geschreven in het bestand. Een instrument is een voorbeeld van een object met meer synchrone uitgangen. Deze structuur lijkt veel op de src-structuur. Het verschil is dat sommige velden nu arrays zijn in plaats van getallen en dat het veld srcnames is toegevoegd. De msrc-structuur bevat de volgende velden:
| Veldnaam | Betekenis |
|---|---|
| name | naam van het object |
| srcnames | namen van de uitgangen |
| DateTime | floating-point-getal dat de datum en tijd bevat: 1 correspondeert met 1-Jan-00001 |
| RangeMin | de minima van de databereiken |
| RangeMax | de maxima van de databereiken |
| SampleFrequency2 | sample-frequentie van de data |
| PreSampleCount3 | het aantal presamples in het Data-array |
| StartValue | relatieve starttijd van de post-samples |
| Unit | eenheden van de data |
| Data | 2-dimensionaal array dat de samples bevat |
Voor elk geselecteerd object met meer asynchrone uitgangen, wordt een amsrc-structuur geschreven in het bestand. Momenteel zijn er nog geen objecten met meer asynchrone uitgangen. De amsrc-structuur bevat de volgende velden:
| Veldnaam | Betekenis |
|---|---|
| name | naam van de bron |
| DateTime | floating-point-getal dat de datum en tijd bevat: 1 correspondeert met 1-Jan-00001 |
| srcs | array met een src-structuur voor elke uitgang |
Gewoonlijk worden wave-bestanden alleen gebruikt voor audio-data, maar het is ook mogelijk er metingen in op te slaan. Een nadeel van wave-bestanden is dat niet alle informatie kan worden opgeslagen. Informatie zoals meetbereik en eenheid gaan verloren. Echter, omdat er veel programma's op de markt zijn die overweg kunnen met wave-bestanden, kan een wave-bestand erg handig zijn voor het uitwisselen en veranderen van data.
De meeste wave-bestanden bevatten 1 (mono) of twee (stereo) datakanalen en meestal wordt de data opgeslagen met 8- of 16-bit precisie. Het wave-bestandsformaat kan echter veel meer kanalen met resoluties tot 64-bit opslaan. Omdat de meeste programma's helaas niet overweg kunnen met bestanden met meer kanalen en hogere resoluties dan 16-bit, wordt standaard het aantal kanalen begrensd tot 2 en de resolutie tot 16-bit. De limieten kunnen worden veranderd voor het schrijven van meer kanalen of hogere resoluties.
Het wave-bestand bevat een veld dat de sample-frequentie aangeeft. Voor maximale compatibiliteit wordt de waarde van dit veld standaard ingesteld op de standaard sample-frequentie die het dichtst ligt bij de echte (originele) sample-frequentie. Het kan ook worden ingesteld op de originele sample-frequentie of een van de andere standaardfrequenties. De data wordt niet herbemonsterd, alleen de waarde van het veld in het bestand wordt veranderd.
Er zijn enkele beperkingen bij het exporteren van data naar dit formaat: