De Gemiddelde-I/O middelt een aantal opvolgende metingen en zet het gemiddelde signaal
op de uitgang van de I/O.
Het gemiddelde kan worden berekend volgens twee methoden: lopend gemiddelde (standaard)
of gemiddelde-over-n metingen.
Middelen is bruikbaar wanneer het signaal dat gemeten wordt periodiek is en ruis bevat. Door meer metingen van het signaal te meten en te middelen wordt de signaal/ruis-verhouding verbeterd.
Om het gedrag van een Gemiddelde-I/O aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de I/O geklikt wordt in het objectscherm.
De instelling Middelaantal bepaalt hoeveel metingen worden gemiddeld. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.
Als de Lopend gemiddelde-instelling is ingeschakeld, zal de Gemiddelde-I/O continue een deel van zijn geheugen vervangen door de nieuwe data, daardoor worden de oudste metingen "vergeten". Wanneer de instelling uit is geschakeld, werkt de Gemiddelde-I/O volgens de gemiddelde-over-n-methode. De gemiddelde-I/O wordt dan automatisch na n metingen gewist.
Als de instelling Stop na aantal is ingeschakeld, stopt de Gemiddelde-I/O met middelen zodra Middelaantal metingen zijn gemiddeld.
Wanneer Alleen groeien is ingesteld zal de datagrootte van de Gemiddelde-I/O groter worden wanneer de datagrootte van de aangesloten bron groter wordt, maar niet kleiner worden als de datagrootte van de bron kleiner wordt. Dit kan handig zijn bij het middelen van data van een bron met variërende datagrootte.
De Gemiddelde-I/O kan handmatig gewist worden met de actie Wissen. Het interne middelaantal wordt ook gereset als de actie Wissen uitgevoerd wordt.
Het gemiddelde wordt ook gereset zodra er er iets wijzigt bij de bron (samplefrequentieverandering e.d.).
De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.
Wanneer meer bronnen of I/O's worden weergegeven in een grafiek of een meter, kunnen ze van elkaar onderscheiden worden met hun Kleur. Drie kleurinstellingen zijn beschikbaar voor bronnen of I/O's:
Om alle bronnen van een I/O of sink in een keer te ontkoppelen kan de actie Ontkoppel alle bronnen gebruikt worden.
Om een of meer sinks van een I/O of bron te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel ontvanger(s) gebruikt worden. Deze actie toont een lijst met alle aangesloten objecten. Individuele objecten kunnen geselecteerd en ontkoppeld worden van het object.
Om alle sinks van een I/O of bron in een keer tegelijk te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel alle ontvangers gebruikt worden.
Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.
De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.
De actie Exporteer data maakt het mogelijk de data in een object naar een bestand te exporteren. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Data exporteren.
De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.
De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.