De Duty cycle-I/O kan worden gebruikt om de duty cycle van een signaal te bepalen.
De duty cycle is gedefinieerd als de verhouding tussen de tijd dat het signaal
"actief" is en de periodetijd.
De duty cycle wordt meestal uitgedrukt in een percentage.
Wanneer het ingangssignaal meer perioden bevat, wordt voor iedere periode van het ingangssignaal de duty cycle bepaald. De uitgang van de Duty cycle-I/O bevat dan het verloop van de duty cycle van het ingangssignaal.
Een specifieke toepassing voor de Duty cycle-I/O is analyseren van stuursignalen voor actuators die met een duty cycle gemoduleerd signaal aangestuurd worden.
Om het gedrag van een Duty cycle-I/O aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de I/O geklikt wordt in het objectscherm.
De instelling Type bepaalt hoe de Duty cycle bepaald wordt. Twee typen zijn beschikbaar:
De instelling Middenniveau stelt het niveau in dat bepaalt of een signaal "hoog" of "laag" is. In de stand Auto-niveau wordt deze ingesteld midden tussen de minimum- en maximumwaarde van het ingangssignaal. Bij de meeste toepassingen zal dit een goed resultaat geven, maar wanneer een signaal ruisachtig of langere tijd inactief is, kan het detecteren fout gaan. Om dit te voorkomen, kan het middenniveau via de keuze Zelf instellen handmatig worden ingesteld.
De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.
Wanneer meer bronnen of I/O's worden weergegeven in een grafiek of een meter, kunnen ze van elkaar onderscheiden worden met hun Kleur. Drie kleurinstellingen zijn beschikbaar voor bronnen of I/O's:
Om alle bronnen van een I/O of sink in een keer te ontkoppelen kan de actie Ontkoppel alle bronnen gebruikt worden.
Om een of meer sinks van een I/O of bron te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel ontvanger(s) gebruikt worden. Deze actie toont een lijst met alle aangesloten objecten. Individuele objecten kunnen geselecteerd en ontkoppeld worden van het object.
Om alle sinks van een I/O of bron in een keer tegelijk te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel alle ontvangers gebruikt worden.
Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.
De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.
De actie Exporteer data maakt het mogelijk de data in een object naar een bestand te exporteren. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Data exporteren.
De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.
De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.