De Versterking/Offset-I/O kan worden gebruikt om een signaal met een bepaalde factor
(Versterking) te vermenigvuldigen en er een offset bij op te tellen.
Zowel een ingangs-offset als een uitgangs-offset zijn beschikbaar.
Een offset op de ingang kan automatisch geneutraliseerd worden.
Een specifieke toepassing voor een Versterking/Offset-I/O is uitgangssignalen van sensoren omzetten. Als bijvoorbeeld een meting gedaan wordt met een versnellingssensor die 420 mV/g produceert, kan de gemeten spanning omgezet worden naar g's met een versterking van 1 / 0.420 = 2.38.
Om het gedrag van een Versterking/Offset-I/O aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de I/O geklikt wordt in het objectscherm.
De instelling Versterking bepaalt hoeveel het ingangssignaal verterkt wordt. Een waarde kleiner dan 1 verkleint het signaal. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.
In het voorbeeld met de versnellingssensor, kan de gemeten spanning omgezet worden naar g's met een versterking van 1 / 0.420 = 2.38. Dit hoeft niet uitgerekend te worden. De waarde kan rechtstreeks als "1/0.420" of "1/420m" ingevuld worden.
Gebruik om een signaal te inverteren een Versterking/Offset-I/O met een versterking van -1.
De Ingangs-offset wordt toegevoegd aan het ingangssignaal voor de versterking wordt uitgevoerd. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.
In het voorbeeld met de versnellingssensor, kan de offset die veroorzaakt wordt door de zwaartekracht worden verwijderd door een ingangs-offset van -420 mV in te voeren.
Als een ingangssignaal een offset bevat, kan deze automatisch verwijderd worden met de actie Neutraliseren. Deze actie gebruikt de huidige data in de I/O om de offset te bepalen en vult de Ingangs-offset-instelling met de omgekeerde waarde om de offset te verwijderen. De offset wordt eenmalig bepaald, iedere keer dat de Versterking/Offset-I/O nieuwe data ontvangt, zal deze bepaalde waarde gebruikt worden.
De actie Automatisch neutraliseren verwijdert eveneens de offset op een ingangssignaal, maar gebruikt de volgende data die ontvangen wordt. Zodra die data ontvangen is, wordt de offset bepaald en wordt de omgekeerde waarde in de instelling Ingangs-offset opgeslagen, om de offset te verwijderen. De actie wordt daarna weer uitgeschakeld en iedere keer dat nieuwe data ontvangen wordt zal deze waarde gebruikt worden.
Deze actie is handig wanneer een meetinstelling met een Versterking/Offset-I/O die wordt gebruikt om een offset in een signaal te compenseren wordt opgeslagen op schijf, in een TPS-bestand. Voordat het TPS-bestand wordt opgeslagen, wordt de actie Automatisch neutraliseren ingeschakeld en dan wordt het bestand opgeslagen. Als later het TPS-bestand weer wordt ingelezen en de eerste meting wordt uitgevoerd, zal de actie Automatisch neutraliseren de juiste offset bepalen en deze neutraliseren.
De Uitgangs-offset wordt toegevoegd aan het signaal nadat de versterking is uitgevoerd. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.
In het voorbeeld met de versnellingssensor, kan de offset die veroorzaakt wordt door de zwaartekracht worden verwijderd door een uitgangs-offset van -1 g in te voeren.
Als de bron van de Gain/Offset-I/O een spectrum is, kan de instelling Spectrum naar dichtheid gebruikt worden om een magnitude-spectrum naar een dichtheidsspectrum om te zetten. Bijvoorbeeld, als de eenheid van het bronspectrum V is, wordt de eenheid van de uitgang V/Hz.
De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.
Een I/O heeft een uitgangsbereik dat is gebaseerd op het uitgangsbereik van de bron(nen) van de I/O. Het standaard uitgangsbereik wordt ingesteld op een waarde die alle theoretisch mogelijke waarden van de I/O kan bevatten, gebaseerd op ingangsbereik(en) en de bewerking die de I/O uitvoert. Als een I/O op een grafiek wordt aangesloten, zal het bereik van de as ingesteld worden op het uitgangsbereik van de I/O.
Om het standaard uitgangsbereik van de I/O te veranderen kan de instelling Uitgangsbereik ... gebruikt worden. Dit toont een invoervenster waarin de boven- en ondergrens van het gewenste uitgangsbereik ingevuld kunnen worden. Om te voorkomen dat een auto ranging ingang het handmatig ingestelde uitgangsbereik weer teniet doet kan de optie Gefixeerd ingeschakeld worden.
Als de bron van een I/O autoranging ondersteunt, zal het uitgangsbereik van de I/O iedere keer dat het bereik van de bron verandert opnieuw bepaald en ingesteld worden. Om te voorkomen dat een autoranging ingang het (handmatig) ingestelde uitgangsbereik verandert kan de instelling Gefixeerd ingeschakeld worden.
Een I/O heeft een uitgangsbereik dat is gebaseerd op het uitgangsbereik van de bron(nen) van de I/O. Het standaard uitgangsbereik wordt ingesteld op een waarde die alle theoretisch mogelijke waarden van de I/O kan bevatten, gebaseerd op ingangsbereik(en) en de bewerking die de I/O uitvoert.
Alle TiePie engineering instrumenten hebben ingangsbereiken in een 2-4-8-reeks: 2 Volt, 4 Volt, 8 Volt, 20 Volt, 40 Volt, 80 Volt, etc.. Het standaard uitgangsbereik van de I/O zal waarschijnlijk niet in deze 2-4-8-reeks liggen. Dit kan een visuele vergelijking tussen een instrumentkanaal en de uitgang van een I/O in een grafiek lastig maken, omdat ze verschillende bereiken hebben. De instelling Standaard uitgangsbereik zal de I/O forceren een uitgangsbereik in te stellen dat ligt in de 2-4-8-reeks.
Standaard is de eenheid van de meeste bronnen en I/O's ingesteld op V van Volt. De eenheid van de meeste bronnen en I/O's kan aangepast worden met de keuze Eenheid ... in het popupmenu van het object. Een tekst-waarde kan ingevuld worden in het venster dat dan getoond wordt.
Wanneer meer bronnen of I/O's worden weergegeven in een grafiek of een meter, kunnen ze van elkaar onderscheiden worden met hun Kleur. Drie kleurinstellingen zijn beschikbaar voor bronnen of I/O's:
Om alle bronnen van een I/O of sink in een keer te ontkoppelen kan de actie Ontkoppel alle bronnen gebruikt worden.
Om een of meer sinks van een I/O of bron te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel ontvanger(s) gebruikt worden. Deze actie toont een lijst met alle aangesloten objecten. Individuele objecten kunnen geselecteerd en ontkoppeld worden van het object.
Om alle sinks van een I/O of bron in een keer tegelijk te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel alle ontvangers gebruikt worden.
Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.
De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.
De actie Exporteer data maakt het mogelijk de data in een object naar een bestand te exporteren. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Data exporteren.
De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.
De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.