De Min/Max-detector kan worden gebruikt voor het detecteren van minimum- of
maximumwaarden van een bron.
Elke keer als de bron van de Min/Max-detector aangeeft dat er nieuwe data is, vergelijkt de
detector alle nieuwe waarden met de waarden in zijn geheugen en onthoudt de grootste of
kleinste van elk paar, afhankelijk of maxima of minima worden bijgehouden.
Specifieke toepassingen voor de Min/Max-detector-I/O zijn "glitch-capturing" en vastleggen van sporadische signaalveranderingen.
In de onderstaande figuur zijn spikes (maxima) op een sinusachtig signaal (groen) gedetecteerd door een Min/Max detector (paars).
Met twee Min/Max-detector-I/O's kan envelope mode gemaakt worden. Maak twee Min/Max-detectors, koppel ze beide aan dezelfde bron, zet een op bijhouden van maximum waarden en de ander op bijhouden van minimum waarden. Toon beide in dezelfde grafiek, op dezelfde as.
Om het gedrag van een Min/Max-detector-I/O aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de I/O geklikt wordt in het objectscherm.
Wanneer de instelling Minimum is ingeschakeld, detecteert en onthoudt de Min/Max-detector minimum waarden.
Wanneer de instelling Maximum is ingeschakeld, detecteert en onthoudt de Min/Max-detector maximum waarden.
Optioneel kan een Falloff-percentage ingesteld worden. Als dit percentage ongelijk aan nul is, zal de uitgang langzaam terugvallen naar het ingangssignaal. Hoe hoger het percentage, hoe sneller de waarden in het geheugen van de detector terugvallen naar het ingangssignaal. Dit effect kan vergeleken worden met een VU-meter met piekdetectie.
Wanneer Alleen groeien is ingesteld zal de datagrootte van de Min/Max-detector-I/O groter worden wanneer de datagrootte van de aangesloten bron groter wordt, maar niet kleiner worden als de datagrootte van de bron kleiner wordt. Dit kan handig zijn bij het middelen van data van een bron met variërende datagrootte.
De Min/Max detector-I/O kan handmatig gewist worden met de actie Wissen. De data in de detector wordt dan gelijk aan de data in de aangesloten bron.
De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.
Wanneer meer bronnen of I/O's worden weergegeven in een grafiek of een meter, kunnen ze van elkaar onderscheiden worden met hun Kleur. Drie kleurinstellingen zijn beschikbaar voor bronnen of I/O's:
Om alle bronnen van een I/O of sink in een keer te ontkoppelen kan de actie Ontkoppel alle bronnen gebruikt worden.
Om een of meer sinks van een I/O of bron te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel ontvanger(s) gebruikt worden. Deze actie toont een lijst met alle aangesloten objecten. Individuele objecten kunnen geselecteerd en ontkoppeld worden van het object.
Om alle sinks van een I/O of bron in een keer tegelijk te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel alle ontvangers gebruikt worden.
Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.
De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.
De actie Exporteer data maakt het mogelijk de data in een object naar een bestand te exporteren. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Data exporteren.
De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.
De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.