Instrumenten

Instruments Alle verbonden meetinstrumenten worden automatisch geladen mits ze niet worden gebruikt door een andere applicatie. De instrumenten worden getoond met hun naam en serienummer, voor makkelijke herkenning. De kanalen van elk instrument worden als subobjecten opgenomen onder het betreffende instrument.

Wanneer meer dan een instrument is gevonden, wordt slechts een instrument actief, aangegeven met een blauwe, vetgedrukte naam. Instrument-specifieke sneltoetsen werken alleen op het actieve instrument. Een ander instrument kan actief gemaakt worden door op het instrument te klikken in het objectscherm of met de daarvoor bestemde sneltoets.

Bedienen van de instrumenten kan worden gedaan door het instrument te rechts-klikken in het objectscherm. Dat toont een instrument-popupmenu met alle instellingen van het instrument. Kanalen kunnen afzonderlijk worden ingesteld via hun kanaal-popupmenu dat wordt geopend door op het kanaal te rechts-klikken in het objectscherm.

Een eenvoudigere manier om een instrument of een kanaal te bedienen gaat met de knoppenbalken. Voor ieder instrument is een volledig instelbare instrumentbalk beschikbaar. Ook is voor ieder kanaal een volledig instelbare kanaalbalk beschikbaar.

Wanneer meer instrumenten zijn aangesloten, kunnen deze gecombineerd worden tot een groter gecombineerd instrument.

Lees meer over bedienen met popupmenu's.
Lees meer over instrumentbalken.
Lees meer over kanaalbalken.
Lees meer over combineren van instrumenten.