Bedienen via popupmenu's

De instellingen van het meetinstrument zijn verdeeld in twee groepen: Meetinstrumentinstellingen, deze instellingen hebben invloed op alle kanalen van het meetinstrument en kanaalinstellingen, deze hebben alleen invloed op het betreffende kanaal.

De instrumenten die in de Multi Channel software geopend zijn kunnen op diverse manieren bediend worden. Een van de manieren is de instrumenten en hun kanalen bedienen via popupmenu's die geopend worden door op het instrument of kanaal te rechts-klikken.

Instrumenten en kanalen kunnen ook bediend worden via instrumentbalken en kanaalbalken, te vinden aan de bovenkant van het venster. Veel instellingen zijn ook beschikbaar via sneltoetsen.

Instrumentinstellingen en -acties

Instrument-popupmenu Wanneer op het instrument met de rechter muisknop wordt geklikt, wordt een popupmenu geopend dat alle instellingen en acties voor dat betreffende instrument bevat. Niet alle instellingen en acties zijn beschikbaar op alle instrumenten.

Instellingen

Meetmodus

Deze keuze opent een submenu waarin de meetmodus van het instrument gekozen kan worden, tussen blokmode en streaming-mode. De meetmodus kan alleen ingesteld worden als het instrument niet meet.

Samplefrequentie

Deze keuze opent een submenu waarin de samplefrequentie van het instrument ingesteld kan worden.

Recordlengte

Deze keuze opent een submenu waarin de recordlengte van het instrument ingesteld kan worden.

Resolutie

Deze keuze opent een submenu waarin de resolutie van het instrument ingesteld kan worden.

Klok

Deze keuze opent een submenu waarin de sampleklok-bron van het instrument gekozen kan worden, tussen intern en extern. Voor informatie over de externe klok-vereisten, raadpleeg de instrumenthandleiding.

Pretrigger

Deze keuze opent een submenu waarin de pretrigger / posttrigger-verhouding ingesteld kan worden. Sneltoetsen SHIFT + ← en SHIFT + → kunnen ook gebruikt worden om de pre/posttrigger-verhouding in te stellen.

Trigger hold-off

Deze keuze opent een submenu waarin de trigger hold-off-waarde ingesteld kan worden.

Trigger timeout

Deze keuze opent een submenu waarin de trigger timeout ingesteld kan worden.

Triggerbron

Deze keuze opent een submenu waarin de triggerbron voor het instrument gekozen kan worden.

External triggertype

Deze keuze opent een submenu waarin het triggertype voor de externe triggeringang gekozen kan worden.

Acties

AutoDisk

Deze keuze opent de AutoDisk-functie van het instrument, waarmee automatisch alle metingen op schijf worden opgeslagen.

Sluiten

Deze keuze sluit het instrument. Het instrument is dan verwijderd uit het objectscherm, de instrumentbalk en bijbehorende kanaalbalken worden verwijderd en alle verbindingen met I/O's en sinks worden ontkoppeld.

Een instrument (her)openen kan via de zoek-functie in het Instrumenten-menu of via sneltoets Alt S.

Als het instrument een functiegenerator bevat, zoals bijvoorbeeld de Handyscope HS3 of de TiePieSCOPE HS805, dan wordt deze niet mee afgesloten met het instrument. De generator wordt afgesloten via zijn eigen popupmenu.

Info

Deze keuze toont hardware-specifieke en driver-specifieke informatie van het betreffende instrument. Zaken die getoond worden zijn:

  • Naam en model van het instrument
  • Serienummer
  • Calibratiedatum
  • Firmware-versie
  • Driver-versie

Openen

Gebruik deze keuze om vooraf gemaakte instrument-instellingen en meetwaarden van schijf in te lezen. Het bestandsformaat dat gebruikt wordt is het TiePie engineering TPS bestandsformaat.

Opslaan als

Met deze keuze kunnen de instrument-instellingen en optioneel ook de meetwaarden van een instrument op schijf opgeslagen worden. Overige objecten als grafieken, andere instrumenten, I/O's en sinks worden niet in dit bestand opgeslagen. Het bestandsformaat dat gebruikt wordt is het TiePie engineering TPS bestandsformaat.

Exporteer data

Met deze keuze kunnen de meetwaarden van een instrument op schijf geëxporteerd worden in een ander bestandsformaat, om in toepassingen van derden te gebruiken.

Kanaalinstellingen en -acties

Kanaal-popupmenu

Een instrument heeft een of meer kanalen. Wanneer een kanaal van een instrument wordt rechts-geklikt, wordt een popupmenu geopend met alle instellingen en acties voor dat kanaal. Niet alle instellingen en acties zijn beschikbaar voor alle instrumenten.

Instellingen

Koppeling

Dit deel van het kanaal-popupmenu heeft keuzes om de signaalkoppeling van het kanaal in te stellen. Sneltoetsen A en D kunnen ook gebruikt worden om de signaalkoppeling van het kanaal in te stellen.

Bereik

Voor het instellen van het ingangsbereik van het kanaal zijn enige keuzen beschikbaar voor alle volle-schaal bereiken. Sneltoetsen F5 en F6 kunnen ook gebruikt worden om het bereik van het kanaal in te stellen.

Auto ranging

Om de software het meest geschikte ingangsbereik voor een ingangssignaal te laten kiezen kan de keuze Auto ranging gebruikt worden. Zolang Auto ranging aan staat zal tijdens het meten steeds het meest geschikte bereik gebruikt worden. Sneltoets R kan ook gebruikt worden om Auto ranging van het kanaal in te stellen.

Triggerniveau

De keuze Triggerniveau opent een submenu waarin het triggerniveau van een kanaal ingesteld kan worden. Het triggerniveau wordt ingesteld als percentage van het ingangsbereik, waarbij 100% overeenkomt met positief volle-schaal en 0% met negatief volle-schaal. 50% komt overeen met 0 Volt. Een aantal vaste waarden zijn beschikbaar in het submenu, evenals de keuze Zelf instellen.... Via deze keuze is het ook mogelijk het triggerniveau als spanningswaarde in te stellen. Sneltoetsen F7 en F8 kunnen ook gebruikt worden om het triggerniveau van het kanaal in te stellen.

Triggerhysterese

De keuze Triggerhysterese opent een submenu waarin de triggerhysterese van een kanaal ingesteld kan worden. De triggersysterese wordt ingesteld al een percentage van het ingangsbereik, waarbij 100% overeenkomt met het volledige ingangsbereik van positief volle-schaal tot negatief volle-schaal. 12.5% komt overeen met 1 divisie. Een aantal vaste waarden zijn beschikbaar in het submenu, evenals de keuze Zelf instellen.... Via deze keuze is het ook mogelijk de triggerhysterese als spanningswaarde in te stellen. Sneltoetsen [ en ] kunnen ook gebruikt worden om de triggerhysterese van het kanaal in te stellen.

Triggertype

De keuze Triggertype opent een submenu waarin het triggertype van een kanaal ingesteld kan worden.

Probe-instellingen

De keuze Probe-instellingen opent een submenu waarin de probe-verzwakking voor een kanaal ingesteld kan worden. Dit zal de gemeten waarden corrigeren voor de gebruikte probe. Een aantal vaste waarden zijn beschikbaar in het submenu, evenals de keuze Zelf instellen....

Om een kanaal te inverteren kan de Probe-instelling op -1 gezet worden.

Alias

Een kanaal kan een beschrijvende naam gegeven worden, voor eenvoudige herkenning, bijvoorbeeld "batterij" wanneer aan een batterij gemeten wordt. Dit is de Alias van het kanaal. Via deze keuze kan een geschikte naam ingevuld worden. Om de Alias te wissen en de oorspronkelijke naam terug te krijgen moet een lege string (niets) ingevuld worden.

Eenheid

Deze keuze stelt de meeteenheid van een kanaal in. De standaard eenheid van een kanaal is V. De eenheid kan ingesteld worden op iedere (tekst)waarde. De ingevulde eenheid wordt ook doorgegeven aan en gebruikt door aangesloten I/O's en sinks.

Kleur

Voor eenvoudige herkenning kunnen kanalen verschillende kleuren krijgen. De keuze Kleur opent een submenu met twee keuzen:

  • Automatisch - De kleur wordt gekozen uit een lijst met voorgedefinieerde kleuren, die ingesteld kan worden via de programma-instellingen.
  • Zelf instellen ... - een kleur-selector wordt getoond om een kleur te kiezen.

Acties

Ontkoppel ontvanger(s)

De keuze Ontkoppel ontvanger(s) toont een venster met een overzicht van alle aangesloten I/O's en sinks. In dit venster kan een selectie worden gemaakt van de objecten die ontkoppeld moeten worden.

Ontkoppel alle ontvangers

De keuze Ontkoppel alle ontvangers ontkoppelt meteen alle aangesloten I/O's en sinks.

Exporteer data

Met de keuze Exporteer data... kunnen de gemeten waarden van een kanaal geëxporteerd worden naar een ander bestandsformaat, om in toepassingen van derden te gebruiken.