Compressietest

Compressietest Sinks De Compressietest-sink kan gebruikt worden om een dynamische compressietest uit te voeren bij een verbrandingsmotor. Deze snelle en eenvoudige test geeft een goede indicatie of een motor een compressieprobleem heeft of niet, zonder druksensoren in de cilinders te hoeven monteren.

De startstroom tijdens het starten wordt gemeten en daarna gebruikt om de relatieve compressie van iedere cilinder te bepalen. Als een of meer cilinders te veel afwijking vertoont ten opzichte van de rest, wordt dit met een rode balk aangegeven. De Compressietest-sink gebruikt een speciaal uitvoervenster, met een staafgrafiek voor iedere cilinder, zie ook onderstaande afbeelding.

Dynamische compressietest tijdens starten van een motor met een lekke cilinder Dynamische compressietest tijdens starten van een motor met een lekke cilinder.

Gebruik

De motor moet zodanig geprepareerd zijn dat hij bij het starten niet wil aanslaan. Bij een benzinemotor kan bijvoorbeeld de ontsteking losgekoppeld worden. Met behulp van een Stroomtang TP-CC600 wordt de startstroom gemeten. De oscilloscoop moet zo ingesteld worden dat hij ongeveer 5 seconden bij een samplesnelheid van 10 kS/s opneemt. Het ingangsbereik moet zo zijn ingesteld dat de hoge aanloopstroom van de startmotor gemeten kan worden. Triggering moet plaatsvinden op de opgaande flank van de stroompiek, de trigger timeout op oneindig. De motor moet dan ongeveer 3 tot 4 seconden gestart worden.

Instellingen en acties

Om het gedrag van een Compressietest sink aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de sink geklikt wordt in het objectscherm.

Aantal cilinders

De instelling Aantal cilinders vertelt de sink hoeveel cilinders de motor heeft. Dit moet ingesteld worden voor de meting uitgevoerd wordt. Iedere waarde tussen 2 en 24 kan ingesteld worden De standaardwaarde is 4.

Naar voorgrond

Wanneer het Compressietest-uitvoerscherm verborgen is achter een ander venster van de Multi Channel software, maakt de actie Naar voorgrond het weer zichtbaar. De actie is beschikbaar in het popupmenu.

Algemene instellingen en acties

Alias

De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.

Ontkoppel alle bronnen

Om alle bronnen van een I/O of sink in een keer te ontkoppelen kan de actie Ontkoppel alle bronnen gebruikt worden.

Kloon

Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.

Verwijder

De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.

Openen

De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.

Opslaan als

De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.