De Meter sink kan worden gebruikt om numerieke waarden te bekijken.
De metingen kunnen worden getoond in cijfer-displays (standaard) en in wijzer-displays.
Het uiterlijk van de meter kan aangepast worden via de
programma-instellingen.
Verschillende bronnen kunnen worden verbonden met de meter en per bron kunnen verschillende
metingen worden getoond in afzonderlijke displays.
Bronnen met tijdsdomeininformatie en bronnen met frequentiedomeininformatie kunnen met een
meter verbonden worden.
Voor iedere aangesloten bron wordt een kolom met displays aan het meter-venster toegevoegd,
een titel boven aan de kolom geeft de aangesloten bron aan met zijn pictogram en naam of
alias.
Een bron verbinden met de meter kan op twee manieren:
De volgende metingen zijn beschikbaar:
Alle metingen worden gedaan over alle postsamples van de betreffende bron. In de programma-instellingen kan ingesteld worden welke metingen standaard aan staan wanneer een meter wordt gemaakt.
Om het gedrag van een display van een meter aan te passen, zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op het display geklikt wordt.
Wanneer meer bronnen worden weergegeven in een meter, kunnen ze van elkaar onderscheiden worden met hun Kleur. Twee kleurinstellingen zijn beschikbaar voor een meter-display:
De optie Cijfers bepaalt hoeveel cijfers worden gebruikt om een waarde op een cijfer-display weer te geven. Drie mogelijkheden zijn beschikbaar:
De optie Decimalen bepaalt hoeveel decimale posities worden gebruikt om de waarde op het cijfer-display weer te geven. Drie mogelijkheden zijn beschikbaar:
De optie Automatisch voorvoegsel bepaalt of een voorvoegsel (µ m k M G enz.) wordt toegeveogd aan de eenheid vaneen cijfer-display. De weergegevenwaarde wordt overeenkomstig getoond. Automatisch voorvoegsel staat standaard aan. Wanneer cijfers en decimalen op Automatisch zijn gezet, wordt Automatisch voorvoegsel vast ingesteld op aan.
De optie Bereik geeft het volle schaal-bereik van een wijzer-display aan. Twee instellingen zijn mogelijk:
De instelling Meting bepaalt welke meting wordt uitgevoerd op de data van aangesloten bron van het display. Via een submenu kan uit de beschikbare metingen gekozen worden.
De instelling Type geeft aan of een segment-display met cijfers of een klok-display met wijzers wordt gebruikt om de waarde weer te geven.
Met de actie Verwijder kan een display verwijderd worden uit het meterscherm.
Er zijn enkele acties beschikbaar die bron-gerelateerd zijn. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de display-titel geklikt wordt.
De actie Voeg meting toe voegt een display met een geselecteerde meting toe aan de kolom met displays voor de gekozen bron. De toe te voegen meting kon gekozen worden uit een submenu.
Voor ontkoppelen van een bron wordt de actie Ontkoppel bron gebruikt. Dit verwijdert alle displays en de titel voor die bron uit het meterscherm.
Om het gedrag van een Meter-sink aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de Meter geklikt wordt.
De actie Kopieer naar klembord kopieert alle waarden van alle displays, met layout naar het Windows klembord, van waar het in andere toepassingen geplakt kan worden. De actie Kopieer naar klembord is beschikbaar in het popupmenu van het meterscherm.
Als de instelling Altijd op voorgrond is ingeschakeld, zal het meterscherm niet verborgen worden onder een ander venster van de Multi Channel software. De instelling Altijd op voorgrond is beschikbaar in het popupmenu.
De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.
Gebruik de actie Ontkoppel bron(nen) om een of meer bronnen van een I/O of sink te ontkoppelen. De actie toont een lijst met alle aangesloten bronnen. Individuele bronnen kunnen geselecteerd worden om te ontkoppelen.
Om alle bronnen van een I/O of sink in een keer te ontkoppelen kan de actie Ontkoppel alle bronnen gebruikt worden.
Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.
De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.
De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.
De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.