Software-generator

Software-generator Source De Software-generator kan worden gebruikt om standaardsignalen te genereren zoals sinus, blok en driehoek. Alle eigenschappen van de standaard signalen kunnen aangepast worden. Het uitgangssignaal van de Software-generator kan getoond worden in een grafiek of meter en het kan dienen als bron voor I/O's en andere sinks.

Specifieke toepassingen van de Software-generator zijn gemeten signalen vergelijken met bekende software-gegenereerde signalen of complexe rekenkundige bewerkingen testen met bekende signalen voordat deze gebruikt worden met gemeten signalen.

Instellingen en acties

Om het gedrag van een Software-generator aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de bron geklikt wordt in het objectscherm.

Signaaltype

Het Signaaltype kan gekozen worden uit een aantal standaard signalen:

  • Sinus
  • Driehoek
  • Blok
  • Ruis

Frequentie

De Signaalfrequentie van de uitgang van de Software-generator kan ingesteld worden op een van diverse vaste waarden. Ook een zelf in te stellen waarde is beschikbaar.

De signaalfrequentie instellen is alleen mogelijk bij periodieke signalen. Als signaaltype Ruis is ingesteld is de instelling frequentie niet beschikbaar.

Fase

De instelling Fase bepaalt op welke positie in een periode van het signaal het opwekken start. Door de fase aan te passen kan een signaal in tijd verschoven worden. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.

De fase instellen is alleen mogelijk bij periodieke signalen. Als signaaltype Ruis is ingesteld is de instelling Fase niet beschikbaar.

Amplitude

De instelling Amplitude bepaalt hoe groot de zwaai van het uitgangssignaal van de Software generator is. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.

De Amplitude op nul zetten geeft een DC-signaal wat versteld kan worden met de Offset-instelling.

Offset

De instelling Offset verschuift het signaal vertikaal. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.

Symmetrie

De manier waarop de instelling Symmetrie de singaalvorm verandert hangt af van het gekozen signaaltype.

  • Sinus en Driehoek
    De Symmetrie-instelling bepaalt de verhouding tussen de rijstijd van het signaal en de daaltijd van het signaal.
  • Blok
    De Symmetrie-instelling bepaalt de Duty cycle van het signaal.
  • Ruis
    De Symmetrie-instelling is niet beschikbaar

The Symmetrie is gedefinieerd als percentage. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.

Datagrootte

De Datagrootte-instelling bepaalt de grootte in samples van het datablok dat is gegenereerd door de Software-generator. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.

Sample-frequentie

De instelling Sample-frequentie bepaalt het aantal samples per seconde dat door de Software-generator wordt opgewekt. Diverse vaste waarden zijn beschikbaar, evenals een zelf in te stellen waarde.

Zorg er voor dat de Sample-frequentie op een waarde wordt gezet die minimaal twee keer zo hoog is als de gewenste signaalfrequentie van de Software-generator, anders zal aliasing optreden.

Algemene instellingen en acties

Alias

De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.

Eenheid

Standaard is de eenheid van de meeste bronnen en I/O's ingesteld op V van Volt. De eenheid van de meeste bronnen en I/O's kan aangepast worden met de keuze Eenheid ... in het popupmenu van het object. Een tekst-waarde kan ingevuld worden in het venster dat dan getoond wordt.

Kleur

Wanneer meer bronnen of I/O's worden weergegeven in een grafiek of een meter, kunnen ze van elkaar onderscheiden worden met hun Kleur. Drie kleurinstellingen zijn beschikbaar voor bronnen of I/O's:

  • Automatisch
    Er wordt een kleur gekozen uit een lijst met kleuren. Er zijn aparte lijsten voor kanaalkleuren en voor bron- en I/O-kleuren. Deze lijsten kunnen ingesteld worden via de programma-instellingen. Elk nieuw kanaal of object gebruikt de eerstvolgende beschikbare kleur in de lijst. Als de laatste kleur van de lijst gebruikt is en er wordt nog een kanaal of object toegevoegd, wordt weer bovenaan de lijst begonnen.
  • Als bron
    Deze instelling is alleen beschikbaar bij I/O's. De I/O zal dezelfde kleur krijgen als zijn bron. Wanneer meer bronnen op een I/O zijn aangesloten wordt de kleur van de eerst aangesloten bron gebruikt.
  • Zelf instellen ...
    De kleur van de bron of I/O kan zelf gekozen worden uit een kleurselector. Elke willekeurige kleur kan gebruikt worden.

Ontkoppel ontvanger(s)

Om een of meer sinks van een I/O of bron te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel ontvanger(s) gebruikt worden. Deze actie toont een lijst met alle aangesloten objecten. Individuele objecten kunnen geselecteerd en ontkoppeld worden van het object.

Ontkoppel alle ontvangers

Om alle sinks van een I/O of bron in een keer tegelijk te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel alle ontvangers gebruikt worden.

Kloon

Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.

Verwijder

De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.

Exporteer data

De actie Exporteer data maakt het mogelijk de data in een object naar een bestand te exporteren. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Data exporteren.

Openen

De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.

Opslaan als

De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.