EMI
De EMI-I/O maakt een werkomgeving die kan worden gebruikt voor EMI pre-compliance-testen. De I/O stelt de Handyscope HS6 DIFF - 1000XMEG op de juiste manier in om de metingen uit te voeren en bepaalt het frequentiespectrum van het ingangssignaal, dat kan worden weergegeven in een grafiek.

De EMI I/O voegt een nieuwe werkbalk met alle relevante instellingen toe aan de user interface van de software. Daarnaast geeft het toegang tot twee standaard limietlijnen (EN61326-1:2006 / EN55011:2007) die aan de grafiek kunnen worden toegevoegd, voor eenvoudige vergelijking.

De EMI I/O heeft drie uitgangssignalen die in een grafiek getoond kunnen worden:

  • Frequentiespectrum: het bepaalde frequentiespectrum van het gemeten ingangssignaal
  • Class A Radiated Emissions-limiet: Class A limietlijn volgens EN61326-1:2006 / EN55011:2007
  • Class B Radiated Emissions-limiet: Class B limietlijn volgens EN61326-1:2006 / EN55011:2007
Information:

De EMI I/O kan alleen worden gebruikt in combinatie met de volgende instrumenten:

  • Handyscope HS6 DIFF - 1000XMEG
  • Handyscope HS6 DIFF - 1000XMESG
  • Handyscope HS6 DIFF - 1000XMEG-W5
  • Handyscope HS6 DIFF - 1000XMESG-W5

Slechts een kanaal van een Handyscope HS6 DIFF met optie E kan worden verbonden met een EMI-I/O.

Instellingen en acties

Om het gedrag van een EMI-I/O aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popup-menu dat getoond wordt als met rechts op de I/O geklikt wordt in het objectscherm.

EMI-werkbalk

De EMI-I/O voegt ook een nieuwe werkbalk met alle relevante instellingen toe aan de user interface van de software.

Continu

Start
In- of uitschakelen van de instelling Continu start of stopt continu meten.

One shot

One shot
One shot activeren start een enkele meting. Wanneer de Mode op middelen is gezet, voert One shot zoveel metingen uit als is ingesteld bij de mode middelen. Daarna stopt de meting.

Mode

De EMI-I/O ondersteunt drie operationele modes:

Mode Normal
Normaal: iedere nieuwe meting vervangt de vorige weergegeven meting.

Mode MaxHold
Maximum vasthouden: de waarden van elk spectraal component in opvolgende metingen worden vergeleken en de hoogste waarde voor ieder spectraal component wordt bewaard en weergegeven.

Mode Average
Gemiddelde: Een aantal opvolgende metingen wordt gemiddeld en het resultaat wordt weergegeven. Middeling wordt gedaan over 2, 4, 8, 16 of 32 metingen. Wanneer de Mode is ingesteld op Middeling, voert een One shot zoveel metingen uit als voor de middeling is ingesteld en stopt dan weer.

Wissen

Reset
Wanneer de Mode is ingesteld op Maximum vasthouden of Middeling kan de buffer die daarbij gebruikt wordt worden gewist om de vorige metingen te wissen en opnieuw te beginnen.

Ingangsbereik

Ingangsbereik
De knoppen zetten het ingangsbereik een stap lager of hoger, afhankelijk welke knop is ingedrukt. Klikken op de bereikindicatie geeft en menu waarin het gewenste bereik gekozzen kan worden. Beschikbare bereiken zijn:
  •   0 .. 100 dBµV
  • 20 .. 120 dBµV
  • 40 .. 140 dBµV

Wanneer de Eenheid wordt veranderd, verandert de weergave van het ingangsbereik overeenkomstig.

Eenheid

Unit
De EMI-I/O ondersteunt diverse meeteenheden om de gemeten waarden weer te geven:
  • dB
  • dBV
  • dBmV
  • dBµV
  • dBµV/m (op 10m)
  • dBm

Wanneer de eenheid wordt veranderd, wordt de as van de grafiek overeenkomstig aangepast, evenals de weergave van het ingangsbereik.

Minimum frequentie

Frequency Min
De instelling Mininum frequentie stelt de minimale frequentie in die wordt weergegeven in de frequentiespectrumgrafiek.

Maximum frequentie

Frequency Max
Maximum frequentie stelt de maximale frequentie in die wordt gemeten in de frequentiespectrumgrafiek. Dit verandert ook de samplefrequentie van het instrument.

Zoomen

Via de werkbalk kunnen diverse horizontale zoom-acties uitgevoerd worden:

Zoomed in 5 x
Zoom horizontaal in, 5 x (of 2 x, 10 x, 20 x, 50 x)

Zoomed in
Horizontaal ingezoomd naar een willekeurige waarde

Zoom reset
Herstel de horizontale zoom naar volle schaal

Resolutiebandbreedte

Resolutiebandbreedte
Resolutiebandbreedte selt de breedte van elk spectrale component in. Dit bepaalt hoe klein de frequentieverschillen zijn die zichtbaar zijn in het spectrum. Deze instelling bepaalt ook het aantal spectrale componenten. Een lagere resolutiebandbreedte geeft een meer gedetailleerd frequentiespectrum, maar de verversingssnelheid van de analyzer wordt lager.

Window-functie

Window
De Fast Fourier Transformatie behandelt het ingangssignaal als een periodiek signaal. In andere woorden, het beschouwt het signaal als een oneindig lange serie van herhalingen van het gemeten record. In de praktijk zal het gemeten record meestal niet een exact geheel aantal perioden van het gemeten signaal bevatten. Daardoor zal als het uiteinde van het gemeten record aan het begin wordt "verbonden" een discontinuïteit ontstaan, die extra frequentiecomponenten in het frequentiespectrum tot gevolg heeft. Dit effect wordt spectral leakage genoemd.

Om het effect van de spectral leakage te verminderen kan het ingangs-record voor de FFT vermenigvuldigd worden met een Window. Dit wordt windowing genoemd. Er kan worden gekozen uit diverse windows, die in de basis allemaal de zelfde actie uitvoeren: ze maken de uiteinden van het gemeten record vloeiender om de discontinuïteiten kleiner te maken. In de meeste gevallen zal het Flat top-window of het Blackman-Harris-window de beste resultaten geven. Als de gemeten data echter een exact geheel aantal perioden bevat ontstaan er geen discontinuïteiten en zal het rechthoek-window (ofwel geen window) het beste resultaat geven. De volgende window-functies zijn beschikbaar:

  • Rechthoek
  • Hanning
  • Hamming
  • Bartlett
  • Parzen
  • Welch
  • Blackman
  • Blackman-Harris
  • Flat top

Het standaard geselecteerde window is Flat top.

Antenneverzwakking

Antenna
Met de instelling Antenneverzwakking kan de verzwakking van de gebruikte antenne ingesteld worden. Deze waarde wordt gebruikt om de juiste waarden langs de verticale as van het frequentiespectrum weer te geven.

De standaard waarde is 0 dB (geen verzwakking).

Probe-verzwakking

Probe
Met de instelling Probe-verzwakking kan de verzwakking van de gebruikte probe ingesteld worden. Deze waarde wordt gebruikt om de juiste waarden langs de verticale as van het frequentiespectrum weer te geven.

De standaard waarde is 0 dB (geen verzwakking).

Limietlijnen

Twee limietlijnen volgens EN61326-1:2006 / EN55011:2007 kunnen worden getoond in de grafiek:

ClassA
Toon/verberg de Class A limietlijn
ClassB
Toon/verberg de Class B limietlijn

ADC Spur-compensatie

De ADC die wordt gebruikt in de Handyscope HS6 DIFF - 1000XMEG veroorzaakt kleine spurs op specifieke frequenties in het spectrum. Deze spurs zijn klein en ver binnen de specificaties van het instrument. Door de hoge nauwkeurigheid van het spectrum kunnen ze echter wel zichtbaar zijn. Door ADC Spur-compensatie in te schakelen worden de spurs uit het frequentiespectrum gefilterd. Dit heeft echter ook gevolgen voor daadwerkelijke frequentiecomponenten in het gemeten signaal op die frequenties, deze worden dan met een verkeerde magnitude weergegeven.

ADC spur-compensatie staat standaard aan.

Algemene instellingen en acties