Pulsdecoder

Pulsdecoder
De Pulsdecoder-I/O decodeert twee signalen van een kwadratuurencoder naar een pulsaantal/positie. Een kwadratuurencoder (of incrementele encoder) heeft twee uitgangen (A en B) die 90 graden in fase verschoven zijn. Hiermee is het mogelijk zowel positie als draairichting te bepalen.

Een encoder kan ook een derde uitgang hebben, Z, die één puls afgeeft per omwenteling en kan worden gebruikt als nulpunt-referentiesignaal.

Daarnaast kan een machine waarin een encoder wordt gebruikt een Home-signaal hebben, dat door de machinebesturing wordt gebruikt in combinatie met de encoder.

De Pulsdecoder-I/O heeft automatische niveau-detectie voor alle signalen. De uitgang van de Pulsdecoder kan getoond worden in een grafiek of in een tabel.

Pulsdecoder-voorbeeld

Instellingen en acties

Om het gedrag van een Pulsdecoder-I/O aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar. Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de I/O geklikt wordt in het objectscherm. De instellingen zijn ook beschikbaar via een instellingenscherm dat wordt getoond als op de I/O wordt dubbel geklikt in het objectscherm. Klik op de Toon objectscherm Toon objectscherm-knop om het objectscherm te openen.

Pulsdecoder control

Het instellingenscherm toont standaard alleen de meest gebruikte instellingen. Als Geavanceerd wordt aangevinkt, wordt het uitgebreide scherm met alle instellingen getoond. Zie ook de programma-instellingen.

Verwissel ingangen

De Pulsdecoder heeft altijd twee bronnen nodig: de eerste aangesloten bron is A en de tweede aangesloten bron is B. Als de bronnen verkeerd om zijn aangesloten zal de actie Verwissel ingangen () dit oplossen. De actie Verwissel ingangen is beschikbaar als knop in het instellingenscherm en via het popupmenu.

Niveau (A), Niveau (B), Niveau (Z) en Niveau (Home)

Om het analoge signalen in digitale data te decoderen, vergelijkt de Pulsdecoder-I/O de signalen met een middenniveau: alles boven dat Niveau wordt als "hoog" beschouwd, alles onder dat niveau als "laag". De Niveau (..)-instellingen stellen een middenniveau voor het A-, B-, Z- en Home-signaal afzonderlijk in.

Hysterese (A), Hysterese (B), Hysterese (Z) en Hysterese (Home)

Om de invloed van ruis te minimaliseren bij het vergelijken van de signalen met de middenniveaus kan een Hysterese worden ingesteld. Alles hoger dan "niveau + hysterese/2" is dan "hoog" en alles lager dan "niveau - hysterese/2" is dan "laag". De Hysterese (..)-instellingen stellen een hysterese voor het A-, B-, Z- en Home-signaal afzonderlijk in.

Automatisch niveau / hysterese detecteren

Inschakelen van Automatisch niveau / hysterese detecteren laat de software zelf bruikbare middenniveaus en hystereses bepalen, gebaseerd op de aangeboden signalen. Iedere keer dat een nieuw signaal beschikbaar is worden niveaus en hystereses opnieuw bepaald. Automatisch detecteren niveau en hysterese staat standaard aan.

Stapgrootte

De instelling Stapgrootte geeft de fysieke grootte van 1 encoderstap aan, in relatie met de ingestelde Eenheid. Wanneer de eenheid op bijv. meter is gezet en er zijn 1000 pulsen per meter, moet de stapgrootte ingesteld worden op 0.001, wat ook ingevuld kan worden als 1/1000 of als 1m (waarbij m staat voor milli).

Offset

De instelling Offset voegt een startoffset toe in Eenheid aan de bepaalde encoderpositie.

Pulsen per omwenteling

De instelling Pulsen per omwenteling maakt het mogelijk een aantal pulsen per omwenteling van de decoder in te voeren. Deze instelling begrenst de uitgang van de decoder tussen nul en het ingevulde aantal pulsen. Wanneer de encoder een limiet bereikt en dan in de zelfde richting verder beweegt, wordt de uitgang gereset naar de andere limiet en begint dan opnieuw te tellen. Dit kan nuttig zijn in toepassingen waar de encoder aan een roterend object is gekoppeld.

Nulinstellingsmode

Wanneer een Z-signaal is aangesloten wordt de instelling Nulinstellingsmode beschikbaar. Deze mode definieert hoe de decoder de uitgangswaarde aanpast wanner een flank wordt gedetecteerd op de Z-ingang. De volgende opties zijn beschikbaar:

  • Uit
    De uitgangswaarde van de Pulsdecoder-I/O wordt niet beïnvloed door het Z-ingangssignaal.
  • Op de flank van Z
    Iedere keer dat de gewenste flank op het Z-signaal wordt gedetecteerd, wordt de uitgangswaarde van de Pulsdecoder op nul gezet.
  • eenmalig op de flank van Z
    De eerste keer dat de gewenste flank op het Z-signaal wordt gedetecteerd, wordt de uitgangswaarde van de Pulsdecoder op nul gezet. Alle volgende flanken op het Z-signaal worden genegeerd.
  • Eenmalig op de flank van Z na de flank van Home
    De eerste keer dat de gewenste flank op het Z-signaal wordt gedetecteerd, na de gewenste flank op het Home-signaal, wordt de uitgangswaarde van de Pulsdecoder op nul gezet. Alle volgende flanken op het Z-signaal worden genegeerd.

Z-flank

De instelling Z-flank bepaalt of de Pulsdecoder-I/O reageert op een Stijgende flank of een Dalende flank in het Z-signaal.

Home-flank

De instelling home-flank bepaalt of de Pulsdecoder-I/O reageert op een Stijgende flank of een Dalende flank in het Home-signaal.

Algemene instellingen en acties

Gerelateerde informatie

Differentiatie

De Differentiatie-I/O differentieert de data van de aangesloten bron.

I2C-decoder

De I2C-decoder-I/O converteert analoge data op een I2C-bus naar I2C-data.

CAN-decoder

De CAN-decoder I/O decodeert analoge data op een CAN-bus tot CAN-data.

J1939-decoder

De J1939-decoder-I/O haalt SAE J1939 SPN-waarden uit CAN-berichten.

SPI-decoder

De SPI-decoder-I/O converteert analoge data op een SPI-bus naar SPI-data.

Meter

De Meter sink voert diverse metingen uit op de data van de aangesloten bron(nen) en toont de uitkomsten in cijfer-displays en in wijzer-displays.

Tabel

De Tabel-sink toont alfanumerieke waarden in een tabelvorm.