TPISS configuratiebestand

Het gedrag van TPISS kan worden aan gepast met een configuratiebestand. Om een configuratiebestand te gebruiken moet TPISS worden gestart met een command line parameter om het configuratiebestand te selecteren.

# Configuration example for TiePie Instrument Sharing Server

server:
{
#  name = "TPISS";
#  description = "DESCRIPTION";

#  port = 5450;
#  discovery = false;
#  allow = [ "10.1.0.0/16" , "192.168.1.0/24" ];
#  deny = [ "10.0.0.0/8" ];

#  dataratemax = 0.0;

  combine =
  (
#    [ 12204 , 16559 ] ,
#    [ 54321 , 11223 ]
  );
};

Het bestand dat standaard met TPISS wordt geïnstalleerd, bevat geen instellingen, alleen als commentaar opgenomen voorbeelden van mogelijke instellingen.

De instelling name definieert de naam van de server, zoals deze wordt getoond in de Multi Channel oscilloscoop-software op de andere computers. Wanneer geen naam wordt ingesteld, gebruikt TPISS de computernaam/hostnaam die is ingesteld.

De instelling description definieert een optionele omschrijving van de server, zoals deze wordt getoond in de Multi Channel oscilloscoop-software op de andere computers. Deze kan bijv. de fysieke locatie van de server bevatten.

De instelling port definieert welke poort TPISS gebruikt. De standaard instelling is IANA toegewezen poort 5450. Wanneer een andere poort wordt gebruikt, zal de Multi Channel oscilloscoop-software op de andere computers niet in staat zijn automatisch netwerklocaties te vinden. Netwerklocaties moeten dan handmatig worden toegevoegd, met gebruik van het juiste poortnummer.

De instelling discovery bepaalt of TPISS reageert op discovery-verzoeken van andere computers met TPISS. Wanneer dit op false is gezet moet op de andere computer(s) de server handmatig worden toegevoegd aan de Multi Channel oscilloscoop-software om de instrumenten op de server te kunnen gebruiken.

De instellingen allow (toestaan) en deny (afwijzen) definiëren IP-adressen van computers die met TPISS mogen verbinden. IP-adressen moeten in CIDR-notatie worden ingevoerd.

  • Wanneer geen IP-adressen zijn allowed of denied, mogen alle IP-addressen verbinden met TPISS.
  • Wanneer alleen IP-adressen zijn allowed, mogen alle overige adressen niet verbinden met TPISS.
  • Wanneer alleen IP-adressen zijn denied, mogen alle overige adressen wel verbinden met TPISS.
  • Wanneer zowel IP-adressen zijn allowed en IP-adressen zijn denied, mogen alle adressen die niet specifiek zijn afgewezen verbinden met TPISS. Daarnaast mogen alle adressen die specifiek zijn toegestaan, verbinden met TPISS, zelfs als ze binnen het bereik van afgewezen adressen vallen.

Enkele voorbeelden:

  • allow = ["192.168.0.0/24"]
    Alle adressen in het bereik van 192.168.0.0 tot 192.168.0.255 zijn toegestaan te verbinden met TPISS.
    Alle overige adressen zijn afgewezen.
  • deny = ["192.168.0.0/16"]
    Alle adressen in het bereik van 192.168.0.0 tot 192.168.255.255 zijn niet toegestaan te verbinden met TPISS.
    Alle overige adressen zijn toegestaan.
  • allow = ["192.168.1.0/24"]
    deny = ["192.168.0.0/16"]
    Alle adressen in het bereik van 192.168.0.0 tot 192.168.255.255 zijn niet toegestaan te verbinden met TPISS.
    Maar alle adressen in het bereik van 192.168.1.0 tot 192.168.1.255 zijn toegestaan te verbinden met TPISS.
    En alle adressen buiten het bereik van 192.168.0.0 tot 192.168.255.255 zijn toegestaan te verbinden met TPISS.
  • allow = ["192.168.0.0/24", "192.168.4.0/24"]
    Alle adressen in het bereik van 192.168.0.0 tot 192.168.0.255 zijn toegestaan te verbinden met TPISS.
    Alle adressen in het bereik van 192.168.4.0 tot 192.168.4.255 zijn toegestaan te verbinden met TPISS.
    Alle overige adressen zijn afgewezen.

De instelling dataratemax bepaalt de maximale doorvoersnelheid die TPISS toestaat per instrument dat in streaming mode meet, in Mbps. De snelheid kan worden opgegeven als kommagetal.

Wanneer meer instrumenten zijn aangesloten op de computer met TPISS om deze als gecombineerd instrument te gebruiken, worden de instrumenten automatisch gecombineerd door TPISS en gedeeld als gecombineerd instrument. De instrumenten moeten met de TP-C50H Koppelkabel CMI zijn verbonden met elkaar voor TPISS wordt gestart of voor de instrumenten op de USB worden aangesloten.