Algemene instellingen en acties

Behalve eigenschappen en acties die specifiek zijn voor een bepaalde bron, I/O of sink, zijn er diverse eigenschappen en acties die algemeen gebruikt worden door (bijna) alle objecten.

Naar/uit actieve grafiek

De actie Naar/uit actieve grafiek voegt een lijn voor de bron of I/O toe aan de actieve grafiek, als deze nog niet aanwezig is. Wanneer een lijn voor de bron of I/O al aanwezig is in de actieve grafiek, wordt de lijn verwijderd uit de grafiek.

Alias

De weergegeven naam van een object kan aangepast worden door het object een Alias te geven. Dit kan handig zijn wanneer veel objecten gebruikt worden en het lastig is ze uit elkaar te houden. Als aan een batterij gemeten wordt, is het bijvoorbeeld mogelijk de alias op "batterij" te zetten. Klik op Alias... in het popupmenu om de alias in te stellen. Om een alias te verwijderen en terug te keren naar de oorspronkelijke naam van het object moet een lege alias opgegeven worden.

Kleur

Wanneer meer bronnen of I/O's worden weergegeven in een grafiek of een meter, kunnen ze van elkaar onderscheiden worden met hun Kleur. Drie kleurinstellingen zijn beschikbaar voor bronnen of I/O's:

  • Automatisch
    Er wordt een kleur gekozen uit een lijst met kleuren. Er zijn aparte lijsten voor kanaalkleuren en voor bron- en I/O-kleuren. Deze lijsten kunnen ingesteld worden via de programma-instellingen. Elk nieuw kanaal of object gebruikt de eerstvolgende beschikbare kleur in de lijst. Als de laatste kleur van de lijst gebruikt is en er wordt nog een kanaal of object toegevoegd, wordt weer bovenaan de lijst begonnen.
  • Als bron
    Deze instelling is alleen beschikbaar bij I/O's. De I/O zal dezelfde kleur krijgen als zijn bron. Wanneer meer bronnen op een I/O zijn aangesloten wordt de kleur van de eerst aangesloten bron gebruikt.
  • Zelf instellen ...
    De kleur van de bron of I/O kan zelf gekozen worden uit een kleurselector. Elke willekeurige kleur kan gebruikt worden.

Uitgangsbereik

Een I/O heeft een uitgangsbereik dat is gebaseerd op het uitgangsbereik van de bron(nen) van de I/O. Het standaard uitgangsbereik wordt ingesteld op een waarde die alle theoretisch mogelijke waarden van de I/O kan bevatten, gebaseerd op ingangsbereik(en) en de bewerking die de I/O uitvoert. Als een I/O op een grafiek wordt aangesloten, zal het bereik van de as ingesteld worden op het uitgangsbereik van de I/O.

Om het standaard uitgangsbereik van de I/O te veranderen kan de instelling Uitgangsbereik ... gebruikt worden. Dit toont een invoervenster waarin de boven- en ondergrens van het gewenste uitgangsbereik ingevuld kunnen worden. Om te voorkomen dat een auto ranging ingang het handmatig ingestelde uitgangsbereik weer teniet doet kan de optie Gefixeerd ingeschakeld worden.

Gefixeerd

Als de bron van een I/O autoranging ondersteunt, zal het uitgangsbereik van de I/O iedere keer dat het bereik van de bron verandert opnieuw bepaald en ingesteld worden. Om te voorkomen dat een autoranging ingang het (handmatig) ingestelde uitgangsbereik verandert kan de instelling Gefixeerd ingeschakeld worden.

Standaard uitgangsbereik

Een I/O heeft een uitgangsbereik dat is gebaseerd op het uitgangsbereik van de bron(nen) van de I/O. Het standaard uitgangsbereik wordt ingesteld op een waarde die alle theoretisch mogelijke waarden van de I/O kan bevatten, gebaseerd op ingangsbereik(en) en de bewerking die de I/O uitvoert.

Alle TiePie engineering instrumenten hebben ingangsbereiken in een 2-4-8-reeks: 2 V, 4 V, 8 V, 20 V, 40 V, 80 V, etc.. Het standaard uitgangsbereik van de I/O zal waarschijnlijk niet in deze 2-4-8-reeks liggen. Dit kan een visuele vergelijking tussen een instrumentkanaal en de uitgang van een I/O in een grafiek lastig maken, omdat ze verschillende bereiken hebben. De instelling Standaard uitgangsbereik zal de I/O forceren een uitgangsbereik in te stellen dat ligt in de 2-4-8-reeks.

Eenheid

Standaard is de eenheid van de meeste bronnen en I/O's ingesteld op V van Volt. De eenheid van de meeste bronnen en I/O's kan aangepast worden met de keuze Eenheid ... in het popupmenu van het object. Een tekst-waarde kan ingevuld worden in het venster dat dan getoond wordt.

Ontkoppel bron(nen)

Gebruik de actie Ontkoppel bron(nen) om een of meer bronnen van een I/O of sink te ontkoppelen. De actie toont een lijst met alle aangesloten bronnen. Individuele bronnen kunnen geselecteerd worden om te ontkoppelen.

Ontkoppel alle bronnen

Om alle bronnen van een I/O of sink in een keer te ontkoppelen kan de actie Ontkoppel alle bronnen gebruikt worden.

Ontkoppel ontvanger(s)

Om een of meer sinks van een I/O of bron te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel ontvanger(s) gebruikt worden. Deze actie toont een lijst met alle aangesloten objecten. Individuele objecten kunnen geselecteerd en ontkoppeld worden van het object.

Ontkoppel alle ontvangers

Om alle sinks van een I/O of bron in een keer tegelijk te ontkoppelen, kan de actie Ontkoppel alle ontvangers gebruikt worden.

Openen

De actie Openen maakt het mogelijk instellingen en data voor een object uit een TPS- of TPO-bestand te lezen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Inlezen in geselecteerde objecten.

Opslaan als

De actie Opslaan als ... maakt het mogelijk instellingen en data van een object in een TPO-bestand op te slaan. Als meer objecten zijn geselecteerd, worden alle objecten en hun onderlinge verbindingen opgeslagen. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Objecten opslaan in een TPO-bestand.

Exporteer data

De actie Exporteer data maakt het mogelijk de data in een object naar een bestand te exporteren. Dit wordt uitgebreid beschreven op de pagina over Data exporteren.

Help

De actie Help... opent het help-systeem bij de pagina over de betreffende bron, I/O of sink.

Kloon

Wanneer een nieuw object, gelijk aan een al bestaand object, gemaakt moet worden met dezelfde instellingen, kan de Kloon-actie gebruikt worden. Dit maakt een identieke kopie van het oorspronkelijke object, met dezelfde instellingen. Bron(nen) en sink(s) van het nieuwe object zijn nog niet aangesloten.

Verwijder

De actie Verwijder verwijdert een bron, I/O of sink. Alle verbindingen worden ontkoppeld en het object wordt verwijderd uit het objectscherm. De ingang van de objecten die dit object als bron gebruikten wordt gewist. De uitgang van de objecten die dit object als sink gebruikten wordt gewist. Een as in een grafiek die als sink was aangesloten op dit object wordt ook verwijderd.