Loggen van gegevens

Met de Multi Channel oscilloscoop-software is het mogelijk automatisch metingen op schijf op te slaan. Er kan gekozen worden uit diverse bestandsformaten om de gegevens op te slaan. Deze pagina toont hoe uw TiePie engineering oscilloscoop als datalogger gebruikt kan worden.

Dataloggertoepassingen

Verschillende manieren van loggen kunnen gebruikt worden voor verschillende situaties. In het algemeen kunnen twee manieren van loggen onderscheiden worden:

  • Getriggerd
  • Continu

Getriggerd loggen kan worden gebruikt wanneer het fenomeen waarin interesse bestaat zo nu en dan voorkomt. Door de triggerinstellingen van het instrument zodanig in te stellen dat alleen op het bewuste fenomeen getriggerd wordt, zullen alle fenomenen die voorkomen gemeten worden. Wanneer loggen is ingeschakeld, zullen al deze metingen ook opgeslagen worden. Het is bijvoorbeeld mogelijk getriggerd loggen toe te passen om ongebruikelijke spanningen op voedingsleidingen te detecteren. Door de netspanning te meten en te triggeren wanneer deze buiten het normale bereik komt, kunnen ongebruikelijke spanningspieken opgeslagen worden.

Continu loggen kan gebruikt worden in situaties waar het gemeten signaal constant in de gaten gehouden moet worden. Voorbeelden van zulke situaties zijn temperatuurregistratie, vermogensregistratie, netspanningsregistratie en stroomverbruiksmetingen. Elke spanning of sensoruitgang kan continu gemeten worden en op schijf opgeslagen worden. Naast metingen direct op schijf opslaan, is het ook mogelijk de gemeten waarden eerst te bewerken. Het is bijvoorbeeld mogelijk de stroom door en de spanning over een belasting te meten, deze twee metingen te vermenigvuldigen om het vermogen te verkrijgen en dit resultaat op schijf op te slaan.

Hoe gegevens te loggen

Loggen van gegevens kan op verschillende manieren. Continu logging kan worden gedaan met Dataverzamelaar-I/O's. Deze kunnen worden ingesteld hun inhoud op te slaan in een .TPO-bestand op schijf zodra ze vol zijn, dan zichzelf te wissen en opnieuw te beginnen met verzamelen. Lees meer over loggen met de Dataverzamelaar.

Metingen kunnen ook op schijf opgeslagen worden met de AutoDisk-functie, in het TiePie TPS-bestandsformaat. In TPS-bestanden worden zowel de meetgegevens als de instrumentinstellingen opgeslagen. Hieronder kunt u meer lezen over de auto disk-functie.

Het is ook mogelijk de meetgegevens automatisch in andere formaten, zoals Matlab databestanden (.MAT), binaire bestanden (.BIN), Comma Separated Values-bestanden (.CSV) and Wave audio-bestanden (.WAV) met de Schijf-schrijver sink. Dit object kan zowel 'normale' oscilloscoopmetingen opslaan als streaming metingen. U kunt hieronder meer lezen over het gebruik van de schijf-schrijver.

Loggen met de Dataverzamelaar

Wanneer continue streaming-metingen worden uitgevoerd, kunnen Dataverzamelaar-I/O's worden gebruikt om de streaming data te verzamelen en dan weer te geven en verder te bewerken.

AutoDisk popup

Wanneer voor de Dataverzamelaar-instelling Wanneer vol de keuze Bewaar op schijf en wis is gekozen wordt iedere keer dat de Dataverzamelaar vol is een .TPO-bestand met daarin de Dataverzamelaar op schijf opgeslagen. Daarna wordt de Datavezamelaar gewist en begint hij weer te verzamelen. De bestandsnaam voor de .TPO-bestanden beginnen met de datum en tijd van het starten van de meting, gevolgd door een serienummer dat automatisch ophoogt iedere keer dat de Dataverzamelaar vol is. Daarbij wordt ook een indexbestand opgeslagen waarin wordt bijgehouden welke opgeslagen .TPO-bestanden bij een meting horen. De plaats waar deze bestanden worden opgeslagen is in te stellen in de programmainstellingen. Als de meting meer Dataverzamelaars bevat die allemaal naar schijf opslaan, worden deze in hetzelfde indexbestand opgenomen. Zodra de meting is gestopt, wordt ook het laatste, nog niet voltooide blok opgeslagen.

Als de meting rechtstreeks was gestart uit een datalogger-Quick Setup en meer dan een blok data is opgeslagen, wordt als de meting wordt gestopt een dialoog getoond die vraagt of alle opgeslagen data ingelezen en getoond moet worden.

Wanneer de meting handmatig was ingsteld zonder gebruik van een Quick Setup, kan het index-bestand in de Multi Channel oscilloscoop-software geladen worden, via Bestand -> Open Dataverzamelaar-indexbestand. Dit leest een blok van twee, drie of vier van de opgeslagen .TPO-bestanden in, afhankelijk van de datagrootte van de Dataverzamelaars. De ingelezen Dataverzamelaars worden samen in een grafiek getoond. Als de oorspronkelijke meting meer Dataverzamelaars bevatte, worden de .TPO-bestanden met overeenkomstige meettijden ingelezen en getoond. Ook wordt een speciale werkbalk getoond waarmee door de beschikbare .TPO-bestanden die bij de meting horen genavigeerd kan worden.

Data collector toolbar
  • Eerste Ga naar het eerste deel van de meting
  • Vorige Ga naar het vorige blok van de meting
  • Vorige Ga naar het vorige deel van de meting
  • Volgende Ga naar het volgende deel van de meting
  • Volgende Ga naar het volgende blok van de meting
  • Laatste Ga naar het laatste deel van de meting
  • Sluiten Sluit het indexbestand en verwijder alle ingelezen Dataverzamelaars.

Door op het label op de werkbalk te klikken kan naar een specifieke positie in de meting gesprongen worden. Er wordt een dialoog getoond waarin de gewenste positie ingevuld kan worden.

Het is ook mogelijk handmatig alle .TPO-bestanden van een meting in te lezen in de Multi Channel oscilloscoop-software. Daardoor worden Dataverzamelaars gemaakt met de betreffende data er in. Als de verschillende Dataverzamelaars dan in één grafiek getoond worden, komen de verschillende stukken achter elkaar in de grafiek en kan een overzicht van de totale meting bekeken worden. Let wel dat afhankelijk van het aantal en de datagrootte van de Dataverzamelaars dit veel geheugen kan vragen.

Loggen met de AutoDisk-functie

De AutoDisk-functie kan gebruikt worden om alle metingen van een instrument in TiePie engineering TPS-bestanden op te slaan. Behalve de meetwaarden bevatten de TPS-bestanden ook de bijbehorende instrumentinstellingen. Elke meting wordt in een afzonderlijk bestand opgeslagen.

Auto Disk popup

Loggen van metingen van een instrument met behulp van AutoDisk kan op twee manieren worden gedaan:

  • Klik met de rechter muisknop op het betreffende instrument in het objectscherm en kies AutoDisk.... Een AutoDisk-sink wordt gemaakt en het instrument wordt daarmee verbonden.
  • Klik met de rechter muisknop op Sinks in het objectscherm, maak een AutoDisk-sink en sleep het instrument er op.

Een opslaan-dialoog zal verschijnen waarin een bestandsnaam ingevuld moet worden. Nadat de naam gekozen is, is de auto disk-functie klaar om alle metingen op te slaan en een venster met de voortgang, als hieronder afgebeeld, zal getoond worden. Bij iedere meting wordt een volgnummer aan de bestandsnaam toegevoegd. Dit nummer start bij 000000 en wordt na iedere meting met 1 opgehoogd. Alle metingen van het instrument dat gekoppeld is aan de auto disk-functie zullen opgeslagen worden totdat op de Stop-knop is gedrukt.

Auto Disk venster

De opgeslagen TPS-bestanden kunnen op verschillende manieren weer bekeken worden:

  • Gebruik Bestand->Inlezen... in het hoofdmenu
  • Gebruik Inlezen... in het instrumentmenu
  • Sleep het bestand vanuit een verkenner-venster op de Multi Channel oscilloscoop-software
  • Dubbelklik het bestand in een verkenner-venster
Hint: Wanneer een TPS-bestand met meetwaarden ingelezen wordt, worden de meetwaarden verwerkt door blokken die met het instrument verbonden zijn. Dit kan erg nuttig zijn als bepaalde bewerkingen op de gemeten waarden uitgevoerd moeten worden.

Loggen met de Schijf-schrijver

Met de schijf-schrijver-sink kunnen de meetgegevens van iedere bron in verscheidene formaten opgeslagen worden, in tegenstelling tot de auto disk-funtie, die alleen metingen kan opslaan in TPS-bestanden. Een voordeel hiervan is dat meetresultaten eerst bewerkt kunnen worden voor het opslaan. Het is bijvoorbeeld mogelijk eerst een laagdoorlaatfilter te gebruiken om ruis weg te filteren, of verschillende kanalen bij elkaar optellen en dan het resultaat op te slaan. Meer informatie over de schijf-schrijver-sink is te vinden op de pagina over het objectscherm.

Een ander voordeel ten opzichte van de auto disk-functie is dat de schijf-schrijver gebruikt kan worden om stream-metingen op te slaan. Tijdens stream-metingen worden de meetwaarden in real-time naar de computer gestuurd, zonder gebruik te maken van het interne geheugen van het meetinstrument. Daardoor is het mogelijk heel lange metingen te verrichten en op schijf op te slaan. Het is mogelijk bestanden met een grootte tot 2 GB op te slaan.

Stream-metingen kunnen gedaan worden met de volgende TiePie engineering USB-oscilloscoops: Handyscope HS6 DIFF, Handyscope HS5, Handyprobe HP3, Handyscope HS4, Handyscope HS4 DIFF en Handyscope HS3.

Schijf-schrijver popup

Om loggen met de schijf-schrijver te starten, moet eerst een schijf-schrijver-object aangemaakt worden, door met de rechter muisknop op Sinks in het objectscherm te klikken en dan Schijf-schrijver te kiezen. Een nieuwe schijf-schrijver wordt dan aangemaakt. Door met de rechter muisknop op de schijf-schrijver te klikken verschijnt een popup-menu waarin diverse instellingen worden aangegeven die aangepast kunnen worden. Invullen van een bestandsnaam in het instellingenscherm van de schijf-schrijver is vereist.

Als alle instellingen juist zijn, kunnen de bronnen die opgeslagen moeten worden met de schijf-schrijver verbonden worden door ze op de schijf-schrijver te slepen. Indien alle kanalen van een instrument verbonden moeten worden, kan ook het totale instrument op de schijf-schrijver gesleept worden, in plaats van de individuele kanalen. Nadat de bronnen verbonden zijn, zullen alle gegevens opgeslagen worden.

Hint: Door verscheidene schijf-schrijvers tegelijkertijd te gebruiken, kunnen meetgegevens in verschillende formaten opgeslagen worden, of op verschillende locaties.