Instrumenten

Instrumenten openen

Wanneer de Multi Channel oscilloscoop-software wordt gestart, worden alle lokaal aangesloten instrumenten die niet door een andere toepassing worden gebruikt gedetecteerd. Wanneer slechts een instrument wordt gevonden, wordt dit automatisch geopend.

Wanneer meer ondersteunde instrumenten worden gedetecteerd, wordt de dialoog Open instrumenten getoond, met een overzicht van de gedetecteerde instrumenten. Plaats een vinkje voor een instrument om dat instrument te openen. Alle aangevinkte instrumenten worden geopend als de dialoog met de Openen-knop wordt gesloten. Door een vinkje te verwijderen wordt een al geopend instrument gesloten.

Open instrumenten-dialoog

Figuur 1: Open instrumenten-dialoog

De werkbalk in de dialoog geeft toegang tot extra functies met betrekking tot geselecteerde instrumenten. Instrumenten worden geselecteerd door ze met de muis aan te klikken, als meer instrumenten moeten worden geselecteerd moet ook de Ctrl-toets ingedrukt zijn.

Om de lijst met gedetecteerde instrumenten te verversen kan de Ververs Ververs-knop of functietoets F5 worden gebruikt.

Met de Info Info-knop wordt gedetailleerde informatie over het geselecteerde instrument gegeven. Er wordt een dialoog met instrumentnaam, serienummer, calibratiedatum, driver-versie enz. getoond.

Instrumenten combineren

De software ondersteunt combineren van meer instrumenten tot een groot gecombineerd instrument. Wanneer de instrumenten zijn voorzien van een CMI-interface, wordt dit combineren automatisch gedaan als de instrumenten via hun CMI-interface met elkaar zijn verbonden bij het starten van de software. Alleen het gecombineerde instrument wordt dan getoond in de dialoog.

Als de instrumenten geen CMI-interface hebben moet het combineren handmatig gedaan worden. Selecteer de instrumenten die gecombineerd moeten worden door ze met de muis aan te klikken, met de Ctrl-toets ingedrukt. De instrumenten worden gecombineerd door dan op de Combineer Combineer-knop te drukken. De instrumenten moeten ook met een speciale kabel verbonden worden, lees meer over handmatig combineren van oscilloscopen.

Wanneer een handmatig gecombineerd instrument (bestaande uit instrumenten zonder CMI-interface) wordt weergegeven, kan dit weer worden gesplitst in individuale instrumenten door het te selecteren met de muis en dan de Separate Splits-knop in te drukken.

Netwerkinstrumenten

Met behulp van de TPISS Instrument Sharing Server kunnen TiePie instrumenten via het netwerk benaderd worden. Wanneer een instrument is aangesloten op een computer in het netwerk waarop de Instrument Sharing Server draait, kan de Multi Channel oscilloscoop-software dit instrument benaderen, openen en gebruiken vanaf een andere computer in het netwerk.

Om een netwerkinstrument te openen moet eerst Zoek instrumenten in lokaal netwerk ingeschakeld zijn in de Open instrumenten-dialoog. Deze scant dan het lokale netwerk naar computers met een actieve TPISS en toont de gedetecteerde instrumenten op deze computers. Aangesloten instrumenten die in gebruik zijn door een andere toepassing (op een andere computer) worden aangegeven als Niet beschikbaar en kunnen niet worden geopend.

Netwerkinstrument-selectiedialog

Figuur 2: Netwerkinstrument-selectiedialog

Plaats een vinkje voor een netwerkinstrument om dat instrument te openen. Alle aangevinkte instrumenten worden geopend als de dialoog met de Openen-knop wordt gesloten. Door een vinkje te verwijderen wordt een al geopend instrument gesloten.

De werkbalk in de dialoog geeft toegang tot extra functies met betrekking tot geselecteerde netwerkinstrumenten. Instrumenten worden geselecteerd door ze met de muis aan te klikken, als meer instrumenten moeten worden geselecteerd moet ook de Ctrl-toets ingedrukt zijn.

Wanneer een computer met TPISS Instrument Sharing Server niet is opgenomen in het lokale netwerk, wordt deze standaard niet in de dialoog getoond. Gebruik de knop Netwerklocatie toevoegen Voeg netwerklocatie toe om de locatie toe te voegen aan de lijst met netwerklocaties.

Netwerklocatie toevoegen

Figuur 3: Netwerklocatie toevoegen

De netwerklocatie kan als IP-adres of als hostnaam ingevoerd worden. Wanneer Automatisch verbinden is ingeschakeld, zal de Multi Channel oscilloscoop-software automatisch verbinden met de remote server en de aangesloten instrumenten tonen. De locatie wordt ook toegevoegd aan de lijst met gebruikte netwerklocaties. Deze lijst kan worden bewerkt via de programmainstellingen.

Om verbinding te maken met een server, moet de server in de lijst geselecteerd worden met de muis waarna de knop Connect Verbinden gebruikt wordt om de verbinding te maken. De Multi Channel oscilloscoop-software toont dan alle op die server aangesloten instrumenten. Indien netwerk-notificaties zijn ingeschakeld, zullen die voor de verbonden server(s) doorgegeven en getoond worden.

Om de verbinding met een server te verbreken moet de server in de lijst geselecteerd worden met de muis waarna de knop Disconnect Verbreken gebruikt wordt om de verbinding te verbreken. De Multi Channel oscilloscoop-software zal niet langer de op die server aangesloten instrumenten tonen. Servers die niet (meer) zijn verbonden, geven geen notificaties meer door.

Wanneer een server met een kabel is verbonden met het netwerk en hij heeft ook de mogelijkheid via een draadloze WiFi-verbinding contact te maken, kan de server de opdracht gegeven worden met het WiFi-netwerk verbinding te maken door de server te selecteren en op de Setup WiFi Setup WiFi-knop te klikken. Dit opent een WiFi-verbinding-dialoog waarin de beschikbare netwerken worden getoond.

Setup Wifi-dialoog

Figuur 4: Setup Wifi-dialoog

Om met een WiFi-netwerk te verbinden moet de netwerknaam gedubbelklikt worden, waarna een dialoog wordt geopend om het netwerk-wachtwoord in te voeren. Daarna zal de server proberen verbinding te maken waarna de netwerkkabel verwijderd kan worden. Om de verbinding met een Wifi-netwerk te verbreken moet het verbonden WiFi-netwerk gedubbelklikt worden, waarna een bevestiging gevraagd wordt om de verbinding te verbreken.

Wanneer het IP-adres of hostname van een handmatig toegevoegde netwerklocatie is veranderd of verkeerd was ingevuld, kan dit bewerkt worden door de netwerklocatie te selecteren door er met de muis op te klikken en dan de knop Edit Bewerk in te drukken. De gewijzigde hostname of IP-adres kan ingevuld worden in de dialoog die geopend wordt.

Wanneer een handmatig toegevoegde netwerklocatie niet langer nodig is, kan deze worden verwijderd door de netwerklocatie te selecteren door er met de muis op te klikken en dan de Delete Verwijder-knop in te drukken.

Demo-instrumenten

Wanneer geen ondersteunde instrumenten zijn gedetecteerd, wordt de Open instrumenten-dialoog getoond met een demo-instrumentselectie, die alle beschikbare demo-instrumenten toont met hun belangrijkste specificaties. Het gewenste demo-instrument kan worden geselecteerd en wordt geopend als de dialoog wordt gesloten met de Openen-knop.

Demo-instrument-selectiedialog

Figuur 5: Demo-instrument-selectiedialog

Oscilloscopen bedienen

Wanneer meer dan een Handyscope is gevonden, wordt slechts een oscilloscoop actief, aangegeven met een blauwe, vetgedrukte naam in het Objectscherm. Oscilloscoop-specifieke sneltoetsen werken alleen op de actieve oscilloscoop. Een andere oscilloscoop kan actief gemaakt worden door op de oscilloscoop te klikken in het objectscherm of met de daarvoor bestemde sneltoets.

Bedienen van een oscilloscoop of een kanaal gaat met de knoppenbalken. Voor iedere oscilloscoop is een volledig instelbare oscilloscoopbalk beschikbaar. Ook is voor ieder kanaal een volledig instelbare kanaalbalk beschikbaar.

Bedienen van de oscilloscoop kan ook worden gedaan door de oscilloscoop te rechts-klikken in het objectscherm. Dat toont een oscilloscoop-popupmenu met alle instellingen van de oscilloscoop. Kanalen kunnen afzonderlijk worden ingesteld via hun kanaal-popupmenu dat wordt geopend door op het kanaal te rechts-klikken in het objectscherm.

Lees meer over oscilloscoopbalken.
Lees meer over kanaalbalken.
Lees meer over bedienen met popupmenu's.