Het SAE J2716 SENT (Single Edge Nibble Transmission) protocol is een punt-naar-punt-systeem voor versturen van sensorwaarden naar een regelaar in een voertuig. De SENT-decoder-I/O decodeert analoge data naar SENT-berichten. De SENT-decoder-I/O heeft automatische niveaudetectie en automatische kloktik-detectie. De uitvoer van de SENT decoder-I/O kan worden getoond in een Tabel-sink of doorgegeven aan een Waarde-extractor-I/O.
De volgende velden worden uit de SENT communicatie gedecodeerd en getoond als kolom in de tabel:
| Veldnaam | Betekenis | Standard getoond |
|---|---|---|
| Status (Hex) | De status van het bericht, hexadecimaal | |
| Status (Bin) | De status van het bericht, decimaal | |
| Data (Hex) | De verstuurde data, hexadecimaal | |
| Data (Dec) | De verstuurde data, decimaal | |
| Checksum (Hex) | De checksum, hexadecimaal | |
| Checksum (Dec) | De checksum, decimaal | |
| Checksum valid | Vlag die aangeeft of de checksum correct is | |
| Valid | Geldigheid van het bericht | |
| Flags | ||
| Serial ID (Hex) | ||
| Serial ID (Dec) | ||
| Serial ID (ASCII) | ||
| Serial value (Hex) | ||
| Serial value (Dec) | ||
| Serial value (ASCII) |
Daarnaast kunnen nog diverse andere velden gedecodeerd worden uit de SENT-communicatie. Dit zijn sensor-specifieke velden. Raadpleeg de sensor-documentatie voor de betekenis van deze velden.
Klik op de
Selecteer kolommen-knop in de tabel om specifieke kolommen te verbergen of te tonen.
Dubbel-klikken op een rij in de tabel laat de actieve grafiek inzoomen op het tijdfragment dat overeenkomt met de rij in de tabel.
De Waarde-extractor-I/O kan worden gebruikt om een specifieke waarde uit de gedecodeerde data te halen om die te tonen in een grafiek, meter of tabel.
Meting aan een SENT-bus, met data gedecodeerd door een SENT-decoder.
SENT-decoder instellingen en acties
Om het gedrag van een SENT-decoder-I/O aan te passen zijn diverse instellingen en acties beschikbaar.
Deze zijn beschikbaar via een popupmenu dat getoond wordt als met rechts op de I/O geklikt wordt in het objectscherm.
De instellingen zijn ook beschikbaar via een instellingenscherm dat wordt getoond als op de I/O wordt dubbel geklikt in
het objectscherm.
Klik op de
Toon objectscherm-knop om het objectscherm te openen.
Het instellingenscherm toont standaard alleen de meest gebruikte instellingen. Als Geavanceerd wordt aangevinkt, wordt het uitgebreide scherm met alle instellingen getoond. Zie ook de programma-instellingen.
Niveau hoog en Niveau laag
Om het analoge signaal in digitale data te decoderen, vergelijkt de SENT-decoder-I/O het signaal met twee niveaus: alles boven Niveau hoog wordt als "hoog" beschouwd, alles onder Niveau laag wordt als "laag" beschouwd.
Auto-niveau
Inschakelen van Auto-niveau laat de software zelf bruikbare Niveau hoog en Niveau laag bepalen, gebaseerd op het aangeboden signaal. Iedere keer dat een nieuw signaal beschikbaar is worden Niveau hoog en Niveau laag opnieuw bepaald. Auto-niveau staat standaard aan.
Inverteren
Voor een juiste decodering moet de instelling Inverteren op de correcte waarde staan, overeenkomstig de bus waar aan gemeten wordt.
- Wanneer Inverteren is uitgeschakeld zijn signaalniveaus boven het Niveau hoog logisch 1, niveaus onder Niveau laag logisch 0
- Wanneer Inverteren is ingeschakeld zijn signaalniveaus boven het Niveau hoog logisch 0, niveaus onder Niveau laag logisch 1
Inverteren staat standaard uit.
Kloktik lengte
In het SENT-protocol wordt data verstuurd als een serie pulsen, waarbij de tijd tussen de neergaande flanken van de pulsen de waarde van een nibble (4 bits) bepaalt. De tijd tussen de neergaande flanken wordt gemeten in "tikken". Een tik is de basiseenheid van tijd in SENT.
Om de data te kunnen decoderen moet de SENT-decoder de lengte van een tik weten.
Auto detecteer kloktik
Door Auto detecteer kloktik in te schakelen, gaat de software de lengte van een tik zelf bepalen, gebaseerd op het gemeten signaal. Iedere keer dat nieuwe meetdata beschikbaar is, zal de tiklengte opnieuw bepaald worden. In streaming-modus wordt de tiklengte eenmalig bepaald op basis van het eerste blok data en deze waarde wordt de rest van de volledige meting gebruikt.
Heeft pauzepuls
SENT-berichten zijn meestal 8 nibbles (32 bits) lang en bestaan dan uit 6 nibbles met data, 1 nibble voor CRC-foutdetectie en 1 nibble voor statusinformatie. Optioneel kan een SENT-bericht 5 nibbles lang zijn: 3 nibbles met data, 1 nibble met CRC-foutdetectie en 1 nibble met statusinformatie. Optioneel kan dan na een bericht nog een pauzepuls worden verstuurd om de verschillende berichtlengten te compenseren.
Door de optie Heeft pauzepuls in te schakelen, weet de decoder dat het gemeten SENT-signaal pauzepulsen bevat. Als de gedecodeerde berichten veel ongeldige berichten bevatten, kan het helpen deze instelling aan te passen om de decodering te verbeteren.
Auto detecteer pauzepuls
Door Auto detecteer pauzepuls in te schakelen, gaat de software zelf bepalen of de communicatie pauzepulsen bevat, gebaseerd op het gemeten signaal. Iedere keer dat nieuwe meetdata beschikbaar is, zal de aanwezigheid van pauzepulsen opnieuw bepaald worden. In streaming-modus wordt de aanwezigheid van pauzepulsen eenmalig bepaald op basis van het eerste blok data en deze waarde wordt de rest van de volledige meting gebruikt.
Oude CRC
Ieder SENT-bericht wordt verstuurd met een CRC-checksum, waarmee gecontroleerd wordt of het ontvangen bericht correct ontvangen is. Oorspronkelijk werd voor het bepalen van deze checksum een bepaald algoritme gebruikt. Later is een nieuw in gebruik genomen.
Met de instelling Oude CRC wordt de decoder ingesteld het oude CRC-algoritme te gebruiken. Als de gedecodeerde berichten veel ongeldige berichten bevatten, kan het helpen deze instelling aan te passen om de decodering te verbeteren.
Auto detecteer oude CRC
Door Auto detecteer oude CRC in te schakelen, gaat de software zelf bepalen of de het oude of het nieuwe CRC-algoritme wordt gebruikt, gebaseerd op het gemeten signaal. Iedere keer dat nieuwe meetdata beschikbaar is, zal het CRC-algoritme opnieuw worden bepaald. In streaming-modus wordt het CRC-algoritme eenmalig bepaald op basis van het eerste blok data en deze waarde wordt de rest van de volledige meting gebruikt.