Bedienen via popupmenu's

De Handyscopes die in de Multi Channel oscilloscoop-software geopend zijn kunnen op diverse manieren bediend worden. Een van de manieren is de oscilloscopen en hun kanalen bedienen via popupmenu's die geopend worden door op het oscilloscoop of kanaal te rechts-klikken.

Oscilloscopen en kanalen kunnen ook bediend worden via oscilloscoopbalken en kanaalbalken, te vinden aan de bovenkant van het venster. Veel instellingen zijn ook beschikbaar via sneltoetsen.

Oscilloscoopinstellingen en -acties

Oscilloscoop-popupmenu

Wanneer op de oscilloscoop met de rechter muisknop wordt geklikt, wordt een popupmenu geopend dat alle instellingen en acties voor die betreffende oscilloscoop bevat. Niet alle instellingen en acties zijn beschikbaar op alle oscilloscopen.

Naar/uit actieve grafiek

Deze keuze voegt alle kanalen van de oscilloscoop toe aan de actieve grafiek. Wanneer de actieve grafiek al een of meer kanalen van de oscilloscoop bevat, worden deze verwijderd uit de grafiek. De oscilloscoop dubbelklikken activeert deze actie ook.

Meetmodus

Deze keuze opent een submenu waarin de meetmodus van de oscilloscoop gekozen kan worden, tussen blokmode en streaming-mode. De meetmodus kan alleen ingesteld worden als de oscilloscoop niet meet.

Samplefrequentie

Deze keuze opent een submenu waarin de samplefrequentie van de oscilloscoop ingesteld kan worden. Sneltoetsen F3 en F4 kunnen ook worden gebruikt om de samplefrequentie in te stellen.

Recordlengte

Deze keuze opent een submenu waarin de recordlengte van de oscilloscoop ingesteld kan worden. Sneltoetsen F11 en F12 kunnen ook worden gebruikt om de recordlengte in te stellen.

Resolutiemodus

Deze keuze opent een submenu waarin de resolutiemodus van de oscilloscoop ingesteld kan worden:

  • Gefixeerd: de resolutie van de oscilloscoop is vast ingesteld en wordt niet veranderd door de software.
  • Automatisch onverbeterde resoluties: de software verandert de resolutie van de oscilloscoop automatisch naar de hoogst beschikbare waarde voor de huidige samplefrequentie, alleen gebruik makend van de ADC's eigen resoluties en geen resolutie(s) verkregen door oversampling.
  • Automatisch alle resoluties: de software verandert de resolutie van de oscilloscoop automatisch naar de hoogst beschikbare waarde voor de huidige samplefrequentie, inclusief resolutie(s) verkregen door oversampling.

Resolutie

Deze keuze opent een submenu waarin de resolutie van de oscilloscoop ingesteld kan worden.

Klok

Deze keuze opent een submenu waarin de sampleklok-bron van de oscilloscoop gekozen kan worden, tussen intern en extern. Voor informatie over de externe klok-vereisten, raadpleeg de instrumenthandleiding.

Klokuitgang

Deze keuze opent een submenu waarin de klokuitgang ingesteld kan worden op een van de beschikbare mogelijkheden.

Pretrigger

Deze keuze opent een submenu waarin de pretrigger / posttrigger-verhouding ingesteld kan worden. Sneltoetsen Shift + en Shift + kunnen ook worden gebruikt om de pre/posttrigger-verhouding in te stellen.

Trigger hold-off

Deze keuze opent een submenu waarin de trigger hold-off-waarde ingesteld kan worden.

Triggervertragingy

Deze keuze opent een submenu waarin de triggervertraging ingesteld kan worden.

Trigger timeout

Deze keuze opent een submenu waarin de trigger timeout ingesteld kan worden.

Triggerbron

Deze keuze opent een submenu waarin de triggerbron voor de oscilloscoop gekozen kan worden.

Openen

Gebruik deze keuze om vooraf gemaakte oscilloscoop-instellingen en meetwaarden van schijf in te lezen. Het bestandsformaat dat gebruikt wordt is het TiePie TPS bestandsformaat.

Opslaan als

Met deze keuze kunnen de oscilloscoop-instellingen en optioneel ook de meetwaarden van een oscilloscoop op schijf opgeslagen worden. Overige objecten als grafieken, andere oscilloscopen, I/O's en sinks worden niet in dit bestand opgeslagen. Het bestandsformaat dat gebruikt wordt is het TiePie TPS bestandsformaat.

Exporteer data

Met deze keuze kunnen de meetwaarden van een oscilloscoop op schijf geëxporteerd worden in een ander bestandsformaat, om in toepassingen van derden te gebruiken.

AutoDisk

Deze keuze opent de AutoDisk-functie van de oscilloscoop, waarmee automatisch alle metingen op schijf worden opgeslagen.

Info

Deze keuze toont hardware-specifieke en driver-specifieke informatie van de betreffende Handyscope. Zaken die getoond worden zijn:

  • Naam en model van de Handyscope
  • Serienummer
  • Calibratiedatum
  • Firmware-versie
  • Driver-versie

Wissen

Gebruik de keuze Wissen om de gemeten waarden uit de kanalen van de oscilloscoop te verwijderen en deze te vullen met 0 V.

Sluiten

Deze keuze sluit de oscilloscoop. De oscilloscoop is dan verwijderd uit het objectscherm, de oscilloscoopbalk en bijbehorende kanaalbalken worden verwijderd en alle verbindingen met I/O's en sinks worden ontkoppeld.

Een oscilloscoop (her)openen kan via de zoek-functie in het Instrumenten-menu of via sneltoets Alt + S.

Als de Handyscope een functiegenerator bevat, zoals bijvoorbeeld de Handyscope HS5 of de Handyscope HS3, dan wordt deze niet mee afgesloten met de oscilloscoop. De generator wordt afgesloten via zijn eigen popupmenu.

Kanaalinstellingen en -acties

Kanaal-popupmenu

Een oscilloscoop heeft een of meer kanalen. Wanneer een kanaal van een oscilloscoop wordt rechts-geklikt, wordt een popupmenu geopend met alle instellingen en acties voor dat kanaal.

Wanneer meer kanalen geselecteerd zijn en worden rechts-geklikt, kunnen instellingen van alle geselecteerde kanalen tegelijkertijd veranderd worden naar dezelfde waarde. Acties worden uitgevoerd op alle geselecteerde kanalen.

Niet alle instellingen en acties zijn beschikbaar voor alle Handyscopes.

Naar/uit actieve grafiek

Deze keuze voegt het kanaal toe aan de actieve grafiek. Wanneer de actieve grafiek al een lijn voor dit kanaal bevat, wordt deze verwijderd uit de grafiek. Het kanaal dubbelklikken activeert deze actie ook.

Actief

Deze instelling bepaalt of een kanaal meet of niet. Actief maken van een kanaal maakt het mogelijk dit kanaal bijvorbeeld als triggerbron te gebruiken zonder het in een grafiek te tonen Het kan ook effect hebben op de maximale samplefrequenctie van een oscilloscoop. Activeren van een kanaal voegt het niet toe aan een grafiek, deactiveren verwijdert het niet uit een grafiek.

Koppeling

Dit deel van het kanaal-popupmenu heeft keuzes om de signaalkoppeling van het kanaal in te stellen. Sneltoetsen A en D kunnen ook worden gebruikt om de signaalkoppeling van het kanaal in te stellen.

Bereik

Voor het instellen van het ingangsbereik van het kanaal zijn enige keuzen beschikbaar voor alle volle-schaal bereiken. Sneltoetsen F5 en F6 kunnen ook worden gebruikt om het bereik van het kanaal in te stellen.

Auto ranging

Om de software het meest geschikte ingangsbereik voor een ingangssignaal te laten kiezen kan de keuze Auto ranging gebruikt worden. Zolang Auto ranging aan staat zal tijdens het meten steeds het meest geschikte bereik gebruikt worden. Sneltoets R kan ook gebruikt worden om Auto ranging van het kanaal in te stellen.

Probe-versterking

Oscilloscoop-probes die zijn aangesloten op een ingangskanaal verzwakken meestal het signaal. Speciale probes of signaalomvormers kunnen het signaal ook versterken. De instelling probe-versterking maakt het mogelijk de gemeten waarden te compenseren voor de versterking van de probe of omvormer. Het kanaal zal dan de originele signaalwaarden weergeven.

Wanneer bijvoorbeeld een X10 verzwakkende probe wordt gebruikt, zal het kanaal een 10 keer lagere waarde van het ingangssignal meten. Door de probe-versterking op 10 te zetten worden de gemeten waarden ter compensatie met 10 vermenigvuldigd.

De keuze Probe-versterking opent een submenu waarin de probe-versterking voor een kanaal gekozen kan worden uit een aantal voorgedefinieerde waarden en de keuze Zelf instellen....

Hint: Om een kanaal te inverteren kan de Probe-versterking op -1 gezet worden.

Eenheid

Deze keuze stelt de meeteenheid van een kanaal in. De standaard eenheid van een kanaal is V. De eenheid kan ingesteld worden op iedere (tekst)waarde. De ingevulde eenheid wordt ook doorgegeven aan en gebruikt door aangesloten I/O's en sinks.

Kleur

Voor eenvoudige herkenning kunnen kanalen verschillende kleuren krijgen. De keuze Kleur opent een submenu met twee keuzen:

  • Automatisch - De kleur wordt gekozen uit een lijst met voorgedefinieerde kleuren, die ingesteld kan worden via de programma-instellingen.
  • Zelf instellen ... - een kleur-selector wordt getoond om een kleur te kiezen.

Trigger actief

Deze instelling geeft aan of ene kanaal als triggerbron wordt gebruikt. Wanneer meer kanalen als triggerbron worden gebruikt, worden ze ge-OR'd

Triggertype

De keuze Triggertype opent een submenu waarin het triggertype van een kanaal ingesteld kan worden.

Triggerniveau

De keuze Triggerniveau opent een submenu waarin het triggerniveau van een kanaal ingesteld kan worden. Het triggerniveau wordt ingesteld als percentage van het ingangsbereik, waarbij 100% overeenkomt met positief volle-schaal en 0% met negatief volle-schaal. 50% komt overeen met 0 V. Sneltoetsen F7 en F8 kunnen ook worden gebruikt om het triggerniveau van het kanaal in te stellen.

Triggerhysterese

De keuze Triggerhysterese opent een submenu waarin de triggerhysterese van een kanaal ingesteld kan worden. De triggersysterese wordt ingesteld al een percentage van het ingangsbereik, waarbij 100% overeenkomt met het volledige ingangsbereik van positief volle-schaal tot negatief volle-schaal. 12.5% komt overeen met 1 divisie. Sneltoetsen [ en ] kunnen ook worden gebruikt om de triggerhysterese van het kanaal in te stellen.

Triggerniveau 2

Sommige triggertypen gebruiken twee triggerniveaus. Met deze keuze kan het tweede triggerniveau ingesteld worden.

Triggerhysterese 2

Sommige triggertypen gebruiken twee triggerhystereses. Met deze keuze kan de tweede triggerhysterese ingesteld worden.

Triggerconditie

Sommige triggertypen hebben een extra conditie-instelling, waaraan ook voldaan moet worden om een trigger op te wekken. Deze keuze opent een submenu met de beschikbare triggercondities voor het huidig ingestelde triggertype.

Triggerconditietijd

Een triggerconditie kan tijdgerelateerd zijn. Deze keuze opent een submenu mwaarin de triggercontditietijd gekozen kan worden uit een aantal voorgedefinieerde waarden en een keuze Zelf instellen....

Ontkoppel alle ontvangers

De keuze Ontkoppel alle ontvangers ontkoppelt meteen alle aangesloten I/O's, sinks en grafieklijnen.

Ontkoppel ontvanger(s)

De keuze Ontkoppel ontvanger(s) toont een venster met een overzicht van alle aangesloten I/O's, sinks en grafieklijnen. In dit venster kan een selectie worden gemaakt van de objecten die ontkoppeld moeten worden.

Alias

Een kanaal kan een beschrijvende naam gegeven worden, voor eenvoudige herkenning, bijvoorbeeld "batterij" wanneer aan een batterij gemeten wordt. Dit is de Alias van het kanaal. Via deze keuze kan een geschikte naam ingevuld worden. Om de Alias te wissen en de oorspronkelijke naam terug te krijgen moet een lege string (niets) ingevuld worden.

Exporteer data

Met de keuze Exporteer data... kunnen de gemeten waarden van een kanaal geëxporteerd worden naar een ander bestandsformaat, om in toepassingen van derden te gebruiken.

Wissen

Gebruik de keuze Wissen om de gemeten waarden uit een kanaal te verwijderen en deze te vullen met 0 V.